WELKOM           VRIENDEN           NIEUWS           AGENDA           LINKS           CONTACT LIN OFACEBOOKA
     

 

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
BOEKEN
 
 
Bronbeek en het Regiment Van Heutsz
Een klein jaar geleden zag mijn boek ‘70 jaar Regiment Van Heutsz’ het licht. Het eerste exemplaar heb ik toen overhandigd aan regiments- en bataljonscommandant luitenant-kolonel Tabe de Boer.
Dit jubileumboek schetst een beeld het meest gedecoreerde regiment van de Koninklijke Landmacht. Het is bovendien dé eenheid met de sterkste band met Bronbeek, zoals in het boek ook tot uitdrukking komt.
   
Het Regiment Van Heutsz werd op 1 Juli 1950 opgericht per Koninklijk Besluit (KB) 26. KB nummer 27 belast vervolgens het Regiment met de traditievoortzetting van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hiermee is de rijke traditie van het Regiment geboren.

Het is deze rijke traditie die in de directe jaren na de oprichting nog verder wordt uitgebreid met de missies in Korea.

Later volgden, inmiddels als Luchtmobiele eenheid, missies in Bosnië, Afghanistan, Irak, Mali en Jordanië.

Een diversiteit aan missies, met risico’s, intense gebeurtenissen en helaas Van Heutszers die de hoogste prijs betaalden.

 
 
 
Huiskamer
Bronbeek mag gerust de "huiskamer" van het Regiment worden genoemd. Behalve herdenkingen, beëdigingen, vaandeloverdrachten en inhuldigingen is het ook een thuishaven voor bijvoorbeeld feestelijke diners. Jaarlijks wordt op Bronbeek op 26 juli de opheffing van het KNIL herdacht bij het KNIL-monument dat op 26 juli 1990 door wijlen Prins Bernhard werd onthuld. Het monument laat twee bronzen figuren zien, een Molukse en een Nederlandse fuselier van het KNIL in veldtenue. Op het Ereveld Pandu in Bandung is een kopie van dit monument te vinden.
 
De eerste bewoners namen op 17 februari 1863 hun intrek in het tehuis. Dat waren er op dat moment 35. 'Dat aantal zou daarna al snel stijgen naar 100 en later zelfs naar ruim 200. Reeds in het jaar van oprichting bedroeg het aantal inwoners 164 oud-onderofficieren, korporaals en soldaten van het Oost-Indisch Leger en de Landmacht in West-Indië, waaronder een matroos van de
voormalige Koloniale Marine. Onder hen de nodige oud-militairen voor wie luitenant-generaal ‘de hoogste baas’ was. Roemrucht in de periode van de Atjeh-oorlog (1873-1942) en dan met name in de fase waarin het Nederlands gezag weinig in de melk te brokkelen had. Om daar verandering in te brengen stelde gouverneur-generaal J.W. van Lansberge in 1878 generaal-majoor Karel van der
Heijden aan, beter bekend als Karel Eénoog, als gouverneur van Atjeh. Van der Heijden was de tweede commandant van Bronbeek (1887-1900), een ijzervreter waar Jo van Heutsz, op dat moment nog luitenant, veel bewondering en respect voor had. Het kan niet anders dan dat Van der Heijden voor Van Heutsz een grote inspirator is geweest.
 
Oorspronkelijk stond Bronbeek dan ook te boek als Koloniaal Militair Invalidenhuis voor de militairen die hadden gediend in Nederlands-Indië. Nog altijd is het museum daar een tastbaar bewijs van. Een halve eeuw geleden waren dat de kolonialen zelf, die in hun KNIL-uniformen volop aanwezig waren
in de gangen van het museum. Later werden ook oud-militairen van andere krijgsmachtonderdelen toegelaten als bewoner. Sliep men voorheen in slaapzalen, tegenwoordig hebben alle bewoners er hun eigen kamer.
 
Commandanten
Niet alleen generaal-majoor Karel van der Heijden maar alle eerste acht commandanten van Bronbeek waren overigens alle dragers van de Militaire Willems-Orde (MWO), de hoogste militaire onderscheiding die we in Nederland kennen en die slechts bij hoge uitzondering wordt verleend als beloning voor het verrichten van bijzondere diensten.
Toen er een opvolger moest komen voor brigade-generaal (titulair) b.d. A. van Santen (MWO4) deed de voorgenomen aanstelling van brigade-generaal b.d. J. van der Leer (1 januari 1969) het nodige stof opwaaien.
 
De Koninklijke Vereniging van Officieren, Ridders der Militaire Willems-Orde was van mening dat er alleen een commandant kon worden benoemd die drager van de MWO was. De benoeming ging echter toch door. Na Van der Leer was brigade-generaal (titulair) W. Epke (MWO4) de laatste commandant van Bronbeek die met een MWO onderscheiden is. Epke heeft zelfs in de jaren zeventig nog even gedreigd om zijn onderscheiding aan de majesteit te retourneren als men
Bronbeek zou sluiten, hetgeen toen om bezuinigingsredenen dreigde.
 
Commandant Bronbeek
Kolonel Karel van Dreumel (1962) is sinds april 2018 commandant van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek. Van Dreumel is voormalig bataljon- en regimentscommandant van Van Heutsz. Als zeventiende commandant van Bronbeek voelt hij zich hier helemaal op zijn plek.
Leidinggeven aan een bijzonder woonverblijf voor oud-militairen geeft hem veel voldoening en ook zijn echtgenote geniet zichtbaar van de leuke contacten met de bewoners. "De relatie met de geschiedenis is het mooist. We hebben nog Korea- en de laatste KNIL-militairen onder ons. Deze mannen herken je nog aan hun mentaliteit van 'goed is niet goed genoeg". Omdat je als mens en
militair altijd beter kunt worden. Eenzelfde mentaliteit heb ik ook gezien bij de mannen van de Stoottroepen, zeker na Srebrenica. In dat opzicht zie ik dat de mentaliteit bij het Regiment Van Heutsz niet verschilt van dat van het Regiment Stoottroepen. Bijzonder is natuurlijk wel dat het Regiment Van Heutsz de meest gedecoreerde eenheid is van de Koninklijke Landmacht", zegt Van
Dreumel. Tot 12 december 2012 maakte hij deel uit van de Stoottroepen waar hij onder andere regimentskapitein was en commandant van de Margrietcompagnie.
 
Historische Verzameling Regiment Van Heutsz
Waardig en interessant voor wie meer over deze periode wil weten, is wat de "Historische Verzameling Regiment Van Heutsz" weet te bieden op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Zeker omdat de vrijwilligers die de bezoekers hier rondleiden er de juiste duiding aan weten te geven.
Uiteraard is er in de collectie eveneens veel aandacht voor de periode in Nederlands- Indië en alle missies daarna.
Voor het doorgeven van geschiedenis en vooral persoonlijke verhalen is een historische collectie misschien wel het meest ultieme hulpmiddel. Althans, wanneer daar op de juiste manier invulling aan wordt gegeven. Bezoekers die hier rondgeleid worden krijgen geen standaardverhaal te horen
dat al vele malen is verteld. "We richten ons bij de rondleiding op de mensen die komen en vertellen wat specifiek voor hen van belang is om te horen" vertelt Pim Wijnands, een van de zeven vrijwilligers van de "Historische Verzameling Regiment Van Heutsz";. Een museum mag deze collectie
niet genoemd worden. Voor die benaming gelden allerlei criteria die de nodige verplichtingen met zich meebrengen. "Daarvoor zouden we dan ook meer vrijwilligers nodig hebben. Dat we geen museum zijn betekent wel dat we dus ook geen subsidie krijgen. Het Regiment houdt ons in stand."De historische verzameling was overigens, voordat het naar Schaarsbergen kwam, eerst in Den
Bosch en later in Steenwijk gevestigd.
De historische collectie, zoals we het hier in dit hoofdstuk toch maar even blijven benoemen, is er primair voor de militairen die bij de Luchtmobiele Brigade opgeleid worden en specifiek natuurlijk bij het Regiment Van Heutsz. "Het museum is er ook voor familieleden van Indië- en Koreaveteranen
die bijvoorbeeld iets over hun vader of grootvader willen weten. Zoals waar hij heeft gezeten en wat hij gedaan heeft." De vrijwilligers die de bezoeker daarbij van informatie voorzien hebben allemaal óf een militaire achtergrond óf zijn zoon van een veteraan.
 
Persoonlijke spullen
De historische collectie beslaat alle periodes waarmee het Regiment verbonden is. Dus vanaf de KNIL-periode tot en met alle recente missies. "Welke museumstukken het meest bijzonder zijn, valt eigenlijk niet te zeggen", vertelt Wijnands. "Het zijn vaak persoonlijke spullen van veteranen die het
hem doen en die bij museumbezoekers iets oproepen. Neem bijvoorbeeld de doos met flesjes water die meegenomen zijn van een uitzending in Afghanistan. Daar denkt niemand aan wanneer je over bijzondere museumstukken spreekt, maar de militairen die er zijn geweest herinneren zich meteen dat het de flesjes waren waarvan ze elke dag liters moesten drinken.Stukken die bij veel bezoekers de aandacht trekken zijn de medailles zoals die in vitrines aan de
muur hangen, op de manier zoals dat in het verleden in Bronbeek ook het geval was. Deze medailles worden vaak door veteranen of hun nabestaanden geschonken. Achter elke medaille zit dan weer een veteraan met een verhaal. Zoals dat van Koreaveteraan kolonel Wilhelm die in Korea gewond
raakte aan zijn hoofd, waarbij er een schot dwars door de pet ging die hij droeg. Deze pet werd na zijn dood geschonken aan het museum, evenals zijn medailles. Wie de pet ziet kan bijna niet geloven dat de kolonel het er levend van af heeft gebracht. Na Korea diende hij onder meer bij de staf van het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten en het Directie Personeel van de Koninklijke
Luchtmacht. Voorts was hij commandant van de 3e groep Geleide Wapens en de Koninklijke Kaderschool Luchtmacht en de tweede directeur van het in 1949 geopende Airborne Museum.
 
Over het boek:
Titel: 70 jaar Regiment Van Heutsz
Subtitel: Het moet, dus het kan!
Auteur: Laurens van Aggelen
Uitgeverij: White Elephant Publishing
ISBN: 9789079763313
Uitvoering: gebonden hardcover, full colour
Pagina’s: 216
Prijs: € 32,50 (inclusief verzendkosten)
Te bestellen op: www.we-publishing.nl
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek
  •    WORD VRIEND 
  •  
     
    SVVB