WELKOM    VVV   VRIENDEN VV NIEUWS vvv AGENDA vvv LINKS vvv CONTACT vvv FACEBOOKN
 
     
     
     
     
     
  Coronavirus en Bronbeek, Bronbeek bewoner Jaap Brink vertelt  
  geplaatst: 22 maart 2020  
     
     
  O N H E I L S P EL L E N D E S T I L T E  
     
     
  Het is donderdag 19 maart 2020. Vanwege het coronavirus is het museum gesloten. Eindelijk hangen de Van Heutszvlag p en het rood wit blauw vr de commandantswoning eens rustig langs hun masten. De zon straalt uitbundig. Duizenden lichtgroene puntjes aan boom en struik tonen hun ongeduld om blaadjes te worden. Een prachtig moment om de kamer te verlaten. De lange gang ‘oost – boven’ met onder andere de grote VOC-kist, kanon op afuit en vitrine met Pasar in Vorstenlanden is helemaal leeg. En in een van de drie eerste museumzalen klinkt ook niet de vriendelijke, altijd enthousiaste stem van mijn vriendin gids Bep van Leeuwen. Fascinerend hoe zij altijd de aandacht van het luisterende publiek weet vast te houden en boeiend vertelt over ons eens zo mooie Indi.  
     
 
 
 
  (foto  Henk Meutgeert)  
     
  In het ruime trappenhuis geen tegenliggers. Bij de receptie is het ook ongewoon stil. De grote deuren zijn zelfs dicht. Buitenkomend ook geen kip te zien. Maar ik word wel begroet door een lachende lente. Mooi weer voor een wandeling. Twee keer linksaf en ik sta voor de commandantswoning. Op het gazon rechts staat iets groots te gebeuren. De natuur laat zich niet de les lezen en bepaalt zijn eigen wetten. Met als gevolg de eclatante aankondiger van het prille voorjaar: de magnolia ontvouwt op luisterrijke wijze haar in het oog springende wit-roze kolossale kelken. Twee regels van het gedicht ‘Verlangen naar de lente’ uit de bundel ‘Licht onder de horizon’ van Nel Benschop kunnen het niet duidelijker kenbaar maken:
magnolia’s de kelken opgeheven, of ze een dronk uitbrengen op ’t geluk’.
Maar zo gelukkig is de situatie momenteel niet. Het coronavirus heeft ook ons land in zijn wurggreep. Alles is dicht, zelfs scholen en universiteiten. Horeca en industrie krijgen vreselijke klappen. Supermarkten en apothekers maken overuren.
De fontein in de laagste vijver blijft constant tevergeefs pogingen ondernemen hogerop te komen. Het watervalletje blijft bescheiden kletsend klateren. Een blik over het roerloos rimpelloze wijde water van de hoger gelegen vijver laat als spiegelbeeld een tweede ‘Huize Vlijt’ zien. Je hoeft geen romanticus te wezen om er in die vreemde stilte stil van te worden.
 
     
   
  (foto  Henk Meutgeert)  
     
  Ik heb gelukkig geen PTSS. Als bataljonsschrijver zou dat ook abnormaal zijn. Maar opeens is het 2 februari 1948. Het eerste jaar van de drie jaar dienstplicht op West Java. Ons onderdeel 4-10 RI bestond hoofdzakelijk uit Brabanders en Limburgers. Wat een gezellige lui waren dat. Chauffeur Pietje Koolen uit Breda was een leuke gozer, een fantastische vent. Altijd goed gemutst. ‘k Heb hem nooit met een rotbui gezien. Hij had een mondorgel en zat er – als hij tijd had - eindeloos op te blazen. Ik hoor hem nog zeggen, echt op z’n Brabants: “Nou speul ik ’t schoonste liedeke wot ‘r bestoat”. En wat kwam er? stille nacht heilige nacht. En op 2 februari 1948 werd ons aller Pietje geraakt, 21 jaar.
Het coronavirus heeft in ons land al slachtoffers geist. Ook is een jongen van 16 jaar ernstig ziek. 21, 16, ik 93……..
 
 
 
 
  Er rijdt - op de chauffeur na - een lege trolley over de Velperweg.
Ik wandel verder naar boven het bos in. De stilte blijft, maar verandert van onheilspellend naar behaaglijk. Veel verschillende vrolijke, verliefde vogels vormen een onzichtbaar koor, met weelderig wedijverende solisten om de hoogste coloratuur met de strakste staccato’s, een nieuwe lente tegemoet.
 
     
  Een oma kijkt geduldig naar haar twee kleine kindertjes. Die plukken om de beurt een madeliefje. Rennen er mee naar de eveneens geduldige ezel om het bloempje soms bijna in een neusgat in plaats van tussen de luie lippen te frommelen. Zij waren de enige bezoekers.
Enkele vruchtbomen staan al in bloei. Het zonlicht klatert op de uitgerolde zonneschermen boven het lege terras van de Kumpulan. Voor het KNIL-monument liggen nog prachtige bloemstukken. Beide voordeuren zijn dicht, maar met de tag (naar Engels woordje) gaat er een open. Straks gaan we eten; zowel in de eet- als Indische zaal, gespreid, uit elkaar en slechts twee personen aan een tafel.
 
     
  Maar nu is het vrijdag 20 maart 2020. Vanwege het grote corona-besmettingsgevaar heeft het kabinet bekend gemaakt dat vanaf vandaag alle verpleeghuizen voor het publiek worden gesloten. En dat geldt ook voor het Koninklijk Tehuis voor Oud Militairen en Museum Bronbeek. Dus als het niet dringend noodzakelijk is geen familie, vrienden of kennissen van bewoners meer op bezoek.
En de bewegingsvrijheid van ons als bewoners wordt ook behoorlijk beperkt. Dat wil zeggen dat we het landgoed voorlopig niet meer mogen verlaten. De kolonel en staf vinden het afschuwelijk dat het noodzakelijk is zulke rigoureuze maatregelen te treffen. Maar het gaat wel om de bescherming van ons. Men spant zich in om onder de gegeven omstandigheden het ons toch nog zo aangenaam mogelijk te maken en sociaal isolement te voorkomen.
Hoelang dit gaat duren is onbekend. Door al die beperkingen kunnen we niet veel meer, maar hopen en bidden kan altijd.
 
 
 
(foto  Henk Meutgeert)
 
     
     
     
  - ◊ Veteranendag 2015  - Jaap Brink  
  - ◊ 9 december 2015 voordrachtkunstenaar Jaap Brink  
  - ◊  Brink over Bronbeek 2020  
     
     
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
 
SVVB
 
 
SVVB