WELKOM   VRIENDEN   NIEUWS   AGENDA   LINKS         LCONTACTINKS COFACEBOOKNTACTACT
     
     
   
  19 februari 2020. Een stukje geschreven door Bronbeek bewoner Jaap Brink
   
   
 
  foto Vrienden van Bronbeek bootreisje 2017
   
   
  TIEN JAAR BRONBEEK 
     
   
  Jaap Brink Bronbeek bewoner kwam 1 febr 2010 op Bronbeek wonen. Jaap Brink, inmiddels 93 jaar,  is altijd al een schrijver geweest (zie eerdere stukjes van hem in Bronbeek Bulletin of deze site) Dit keer een verslag, over zijn ervaring als bewoner van Bronbeek. 
   
  Ruim tien jaar geleden zei een vriend: “Joke en ik gaan naar Arnhem, in Bronbeek is pasar malam, ga je mee? Ik had nog nooit van Bronbeek gehoord, maar natuurlijk ging ik mee. Het bleek een prachtig landgoed te zijn. De pasar malam was in een enorm grote tent voor een paleisje. In het opvallende hoofdgebouw was een zeer uitgebreid museum over ‘Ons Indië’, dat in december 1949 Indonesië werd. En tevens woonruimtes voor veteranen. Bij de receptie lag ook een formulier waaruit bleek dat ik daar als gewezen dienstplichtige ook terecht kon. Ik was al ruim over de tachtig. Er werd wat overmoedig zo’n formulier ingevuld. En dat gaf in sneltreinvaart een verrassende opeenvolging van gebeurtenissen. Het slot was de indrukwekkende stem van kolonel Bolderman die vertelde dat ik bewoner van Bronbeek kon worden. En zo is het gekomen. 1 Februari 2010 was ik Bronbeekbewoner. Natuurlijk moet je van veel dingen afstand doen, maar het is wel een van de beste beslissingen geweest die ik ooit heb genomen.
  Op een dag als vandaag, nu ik tien jaar in het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Muiseum Bronbeek woon, verdringen vele herinneringen elkaar.
   
  Op 27 juni 2012 kocht kolonel Noordanus in de feestelijk versierde Indische Zaal het eerste exemplaar van de eerste druk van mijn boek FLARDEN, dat ik toen ten doop hield.
Een groepje vrijwilligers als Hella, Gonda, Geertje en Evie (die ons zo plotseling is ontvallen) wist veel voor ons buitenshuis te organiseren. Dagen als bij voorbeeld het bezoek aan de Marine in Den Helder waren echt spectaculaire gebeurtenissen. Door kontakten met adjudanten Van Schaik en Breukelman konden in een speciale locatie van de Oranjekazerne schietwedstijden worden gehouden. Dat was me toch spannend! Vooral het schieten op bewegende beelden. Die eigenwijze ganzen waren superbrutaal. Je had ze echt geraakt, maar ze fladderden doodleuk verder. Ze keken zelfs achterom en dan was het net of ze je uitlachten. Als overjarig bataljonsschrijver werd ik me toch fanatiek. Drie jaar achter een Remington, 200 aanslagen per minuut, dan wil je wel.
   
  Wat me ook altijd bij zal blijven zijn die koopmiddagen in Kronenburg met Hella. Dat was me een gemêleerd gezelschap. Herenmodezaak Van Dal had goede klanten aan ons. Ik kocht eens een regenjack knetter knal kanarie griezelig gruwelijk geel, het deed bijna zeer aan de ogen. Er zijn altijd mensen die graag opvallen. Toen we weer in Bronbeek terugkwamen en Paresto-Peter mij zag zei hij bijna hoffelijk heel heerlijk ontzettend onnozel: “Zo, dat is een mooi jack, je moet eens vragen of ze die ook in het geel hebben.”
Maar het bleef niet altijd bij kleren, er werden van allerlei inkopen gedaan. Ik ben eens meegegaan met Jan van de Water naar Albert Heijn. Prachtkerel, is ook al niet meer onder ons. Hij moest en zou twee rolletjes volkorenbiscuit hebben. Wat een gruwelijk grote winkel. Maar de biscuitjes werden gevonden. Als apotheose van zo’n middag werd er bij La Place koffiegedronken. We waren eens met z’n negenen en er werden vier verschillende koffies besteld en de overige vijf was ook een warboel. De koek-cake-taart-gebak was altijd al een ingewikkeld assortiment. Maar kloek Hella bleef alert en iedereen kreeg wat hij besteld had.
Na veel vertraging, maar de moed niet opgevend, kon ze onder grote belangstelling ‘Café Batavia’ openen. Inrichting en sfeer doen denken aan tempo doeloe.
  Een bezoek aan de internationale taptoe in Ahoy was ook een feest. Mooie plaatsen op de fronttribune. In de bus was de verzorging ook altijd prima. En weet je wat bij thuiskomst dan zo mooi is? In de Poorterszaal staan keurig gedekte tafels en word je door Paresto-medewerkers hartelijk begroet. Soms denk ik wel eens: we worden hier verwend in plaats van verzorgd.
 
   
 
  foto: schieten in Schaarsbergen
   
  Huize Bronbeek heeft elke dag wat te bieden waar je aan mee kunt doen: bingo, jeux de boules, bewegen op muziek, darten, creatief schilderen en tekenen, hulp bij pc- of andere technische problemen door Jan Boekelman, houtbewerking in Huize Vlijt waar Piet Willems de scepter zwaait en Jan Oostervink voor de catering zorgdraagt. Er is zelfs een zangkoor, ‘Bronbeek Zingt’ geheten, dat zich graag laat horen. Hella en vriendinnen zijn eens begonnen met het gezellige lijndansen potjo potjo. Door velen werd daar met veel plezier aan meegedaan. Gelukkig hebben de echtgenote van de huidige kolonel mevrouw Van Dreumel – in de volksmond Karin - en Gonda dit overgenomen. Ook is Karin heel actief om het de bewoners naar de zin te maken. De ene woensdagavond is er potjo-potjo en de andere het ‘zangspektakel’. Het moet haar werkelijk weken, misschien maanden, werk hebben gekost, maar ze heeft een grote hoeveelheid mappen gemaakt met wel vijftig oude en nieuwe meezingers. En die worden met enthousiasme gebruikt.
Actieve activiteitenbegeleidster Iris Stijntjes zorgt ook vaak voor leuke verrassingen.
De jaren met kolonel Dulfer en echtgenote Hella waren ook een fijne tijd. Beiden hebben veel voor Bronbeek en bewoners gedaan. Het was een periode van vele veranderingen. Organisatorisch en administratief was het voor hen een drukke tijd. Ongelooflijk hoeveel hij van en over de Napoleontische tijd wist. Zijn lezingen waren hoogst interessant. Op zo’n lezing vroeg hij eens of iemand wist wanneer de tachtigjarige oorlog was. Niemand deed zijn mond open. Ik wist het wel, van 1568 tot 1648, maar durfde het niet te zeggen. Het bevreemdt u misschien, maar zo bescheiden kan ik zijn. ‘k Heb er nog steeds spijt van. Misschien dat hij dit nog eens leest. Dat zou een hele geruststelling zijn. Zijn humor was apart. De manier waarop hij het latente vuurtje van animositeit tussen landmacht en marine opstookte was heel origineel. Als neutrale observator was dat genieten.
Verbazingwekkend hoe ArtEZ-docente Hélène Meyer uit een overvloed van ideeën, voorstellen en plannen van haar studenten docent theater en een groepje aanvankelijk wat berustend afwachtende bijna uitgebluste veteranen - waar ik ook deel van uitmaakte - al voor het tweede jaar een boeiend avondvullend theaterprogramma weet te destilleren. Uit deze wonderlijke combinatie van jong en oud zijn prachtige vriendschappen ontstaan.
Op de afscheidsavond gaf Kolonel Van Dreumel een professioneel solo-optreden ten beste, zo humorvol, iedereen lag dubbel.
   
 
   
  Opvallend, zwaar en toch prettig zijn de lessen van fysiotherapeute Astrid Bunschoten ‘Bewegen op muziek’. Ik was een tijdje niet geweest. Toen ik gisteren weer mee wilde gaan doen begroette ze mij enthousiast, gewapend met zo’n gesublimeerde wasknijper. Sociaalvoelend als ze is hing ze het ding niet aan een oorlelletje maar aan een van de vele vingertoppen. Na een spannende stilte zette ze een bezorgd gezicht. “Ik doe het straks nog een keertje.” Halverwege de les kwam ze nog eens met dat knijpgeval. Ook toen was ze nog niet tevreden. Na een uur zwoegen en zweten en desalniettemin niet vervelend maar wel prettig moe, kwam ze weer enkele seconden dicht bij me staan. Om saaiheid te voorkomen bood ik een andere vinger aan. De hele ceremonie is veel te kort voor ook maar enige vorm van intimiteit. Maar ze werd wel overvloedig blij en juichte: ‘97’! Vier cijfertjes boven m’n leeftijd en drie onder het kookpunt. Is dat internationaal gezien wel zo om te juichen?
   
  De mess is ook vaak druk voor ons in de weer. Naast het overvloedig kerstdiner, Oud-Hollandse spelen en uitgebreide paasbrunch verzorgt het ook elk jaar de ‘visdag’. Als de colonne privéauto’s arriveert liggen alle hengels al in de houders langs het water. Doosjes voer, schepnetten en boxen voor de gevangen vis, alles staat klaar. En natuurlijk is er ook voor iedereen een goedgevulde lunchtas. Men heeft veel plezier, vooral als de niet echte vissers beetkrijgen. Aan het eind van de dag trakteert Gonda op ijsjes. En dan? De volgende dag is er een barbecue van de gevangen vis, en tevens een uitgebreid buffet. Het is al eens meer gezegd, die Bronbeekkoks zijn culinaire kunstenaars.
Ook is het jaarlijkse bezoek van Sinterklaas met echte zwarte pieten een vrolijk gebeuren. Zij die bij de goedheiligman moeten komen worden behoorlijk aan de tand gevoeld, maar kwamen er toch altijd goed vanaf. En voor iedereen is er een cadeautje.
Er zijn nog veel meer mooie succesvolle evenementen, maar dag en datum – 11 april 2019 - zal ik nooit vergeten. De altijd vrolijk vriendelijke Karin vroeg een keer of ik wel eens in de Efteling was geweest. Altijd was dat een onvervulde wens gebleven en moest ik haar vraag ontkennend beantwoorden. Doch een paar dagen later zei ze ”Hou elf april vrij, dan gaan we naar de Efteling.” Ik was verbaasd in het kwadraat. Mijn hele harem vriendelijke vriendinnen verkeerde in paniek. Het regende kriebelende kreten als: ‘Dat moet je niet doen. Daar ben je te oud voor. Dat is te ver. De afstanden zijn veel te groot. Het is daar heel uitgebreid. Denk aan je leeftijd en je pacemaker. Pas toch op, dat kun je niet meer. Als je het tóch doet neem dan in ieder geval een rolstoel mee.’ Die hebben we inderdaad meegenomen en kwam heel goed van pas. Sympathieke Karin zei: “Natuurlijk gooien we zo’n ding achter in de auto.” Nee nee, ze zei het netter. Het werd een heel gezellige tocht en fantastische dag. Ikke met de vrouw van de kolonel een dagje uit. Toen we op de immens grote parkeerplaats uitstapten stonden een eindje verder bij een blauw autootje een paar leuke mooie meiden te zwaaien. M’n eerste gedachte was: ‘Heb ik nou alweer sjans?’ Maar het waren de twee bloemen van dochters van Karin met de lieflijk klinkende namen Lyanne en Rolyne.
Om tien uur zaten we al met z’n viertjes op een terras aan de koffie met gebak. De rolstoel deed uitstekend dienst, maar dan voor de tassen. Tussen twee spannende attracties in spreidden de beide dames vlot een groot kleed uit waarop ze in een semi-yogahouding plaatsnamen. De tassen werden uit de rolstoel gehaald en ze begonnen tafeltje dekje te spelen. Er kon zelfs keuze gemaakt worden uit verschillende soorten vleeswaren en kaas was er ook. Ze toverden zelfs gekookte eieren tevoorschijn. Wat heerlijk allemaal. Om in te bijten. In die broodjes dan. Dames voor je op het kleed, mevrouw in de rolstoel naast je en opa op een bank. Wat kan het leven soms moeilijk zijn.
Wel was teleurstellend dat er bij de achtbaan een bordje stond met: ‘Verboden voor bezoekers boven de 90.’ Wat jammer nou, daar had ik me zo op verheugd. We hebben het in een restaurant weggespoeld met wijn. Dat hielp goed. Jammer genoeg hadden we alles nog niet gezien. Maar mevrouw Karin beloofde dat we dat in de herfst zouden gaan inhalen. Toen was ik weer eens ziek. Vervelend, zo’n tachtig jaar geleden was ik dat nooit. Maar in de wandelgangen is wel ‘voorjaar 2020’ gevallen.
Het heeft niets met mijn 10 jaar Bronbeek te maken, maar charmante dochter Rolyne zorgde wel voor een saillante gebeurtenis. Vlak na de geboorte van 2020, op 3 januari maakte ze haar ouders opa en oma door een mooi baby-jongetje.
   
 
  foto: Herdenking opheffing KNIL 
   
 
. .
foto: Harderwijk Knil kazerne foto: Slot Hubertus
  foto: Zangkoor Bronbeek
   
  In april is er weer Bronbeekfestival. Er komen dan veel kinderen. Vorig jaar heb ik me als poes - zeg maar kat - laten schminken. Als ik dat nu weer laat doen zou ik ze het ‘Poes Minetje telefoneert’ en ‘De spin Sebastiaan’ van Annie M.G. Schmidt wel eens kunnen laten horen. Och, je bent jong en je wilt wat.
Wat ik graag nog wil accentueren is de vriendelijkheid, het begrip en geduld van de dames en heren van de zorg. Ik was eens flink ziek en zo’n lieve schat van een meid zei bij het weggaan: “Als er wat is, bellen hoor.” Ik antwoordde: “Ach jullie sjouwen al zoveel.” En wat was haar response: “Daar zijn we voor, bellen!” Van zoiets liefs raak je toch van slag.
 
   
  In tien jaar gebeurt er heel veel. Er zijn slechts enkele dagen uitgelicht. Maar ik hoop dat het duidelijk is geworden dat het als oude veteraan op Bronbeek heel goed toeven is. Het waren tien goede en mooie jaren. Tel uw zegeningen een voor een is beslist geen loze kreet.
Een volgend decennium zit er waarschijnlijk niet meer in, maar hoe lang ik hier nog mag zijn weet God alleen.
 
   
   
  -  Veteranendag 2015  - Jaap Brink
  -  9 december voordrachtkunstenaar Jaap Brink
   
   
   
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
 
SVVB
 
 
SVVB