NIEUWS
Interview met commandant Bronbeek kolonel Karel van Dreumel. Verschenen in Bronbeek Bulletin oktober november 2018 #nr. 122
foto's Geertje Besselink
 
De vraag van 1 van onze Vrienden was om dit interview nog een keer te plaatsen op onze website. En dat doen we natuurlijk heel graag.
 
Commandant‘ Zeg maar gewoon kolonel’
We weten het allemaal. Bronbeek heeft een nieuwe commandant.
Op 26 april 2018 trad kolonel Karel van Dreumel officieel aan. De aanloop naar deze post duurde jaren, vertelt hij. Met Bronbeek heeft hij plannen en daar wil hij al iets over loslaten. Een interview.
Waarom wilde u naar Bronbeek?
Veteranenzorg heeft altijd mijn belangstelling gehad. Net als traditie. Dat heb ik opgepikt bij het regiment stoottroepen. Later kwam ik hier als regimentscommandant van Van Heutsz ook flink over de vloer. Ik vind Bronbeek een uniek instituut. De combinatie van geschiedenis, traditie, veteranenzorg, maar ook iets dat mooi en lekker kan zijn, als je Kumpulan erbij telt met de traditionele Indische maaltijd. Dat vond ik een prachtige combinatie en ook een geweldige uitdaging om daar wat mee te doen. En ik wilde wat nieuws, na ruim 35 jaar grotendeels parate infanteriefuncties te hebben vervuld.
Dat is gelukt. In deze tijd staat Bronbeek als koloniaal museum op een nieuwe manier in de aandacht.
Klopt. Als commandant van Van Heutsz ben ik al betrokken geraakt bij de geschiedenis van de koloniale geschiedenis van Nederlands-Indië, dus ook bij het KNIL en alles wat daaromheen hangt, wat ervoor kwam en wat er erna kwam. Dat is een hele interessante geschiedenis en daar zit tegenwoordig spanning op. Daar moet je niet bang voor zijn.
Heeft u daarvoor ook een speciale taak van Defensie ontvangen?
Nee. Er is geen specifieke richting voor de komende jaren aangewezen. Ik ben wel bezig met het maken van een toekomstverkenning, een blik op de volgende tien jaar
en daarin zijn we wat doorkijken aan het maken. We moeten zorgen dat we niet stil staan. Ik hoop zelf dat ik hier vijf jaar heb als commandant, dat is nog niet helemaal afgetimmerd.
Wat wilt u dan bereikt hebben?
Bronbeek heeft vijf vingers aan één hand: je hebt het museum, je hebt de ouderenzorg in het tehuis, je hebt het landgoed, je hebt veteranen en herdenken, en je hebt Kumpulan. Die valt weliswaar onder een aparte stichting, maar is gezichtsbepalend voor het totale Bronbeek product. Die vijf vingers horen aan dezelfde hand. We willen de herdenkingen die zich op dit moment thuis voelen op Bronbeek zo goed mogelijk ondersteunen. We gaan kijken of we de herdenkingsfunctie kunnen uitbreiden, we hebben inmiddels wat verweesde monumenten op het achterterrein staan.
Wat veteranen en veteranenzaken betreft, zou ik graag willen dat we de centrale plek zijn in Noordoost Nederland. We gaan bestuderen of we de toegankelijkheid richting Bronbeek kunnen verbeteren en mensen bekend maken met de faciliteiten die ze in deze prachtige omgeving hebben. Bronbeek is fantastisch mooi. Dat moeten meer mensen ontdekken.
 
Werk aan de winkel dus. Een dag is vast strak ingedeeld.
Dat ligt er maar aan. De enige dag waarop we een beetje vast ritme hebben, is de maandag als ik om 13.00 uur uur het management team bij elkaar heb en ik aansluitend om half drie de personeelsman even hier heb. Voor de rest zit ik nog in de kennismakingsfase. Daar moet ik langzamerhand een beetje in terugschakelen want ik loop nu van het ene gesprek naar het andere, daar moet meer rust in komen. Dat betekent ook dat ik moet shiften in de enorme hoeveelheid uitnodigingen voor bijeenkomsten die hier binnen rolt. Al die vijf vingers hebben hun eigen netwerken, hun eigen omgeving, het régent uitnodigingen voor boekpresentaties, reünies, historische bijeenkomsten, zorgsymposia, je kunt het zo gek niet bedenken. Mijn vrouw Karin en ik pakken alles wat we aan kunnen, zodat we voor het volgende jaar keuzes kunnen maken.
Iedereen wil jullie ontmoeten. Met de bewoners bestond er al een klik. Waar kwam die vandaan?
Het dienstverleden van de bewoners is verschillend, maar uiteindelijk zit er een militaire grondtoon in iedereen. Je blijft als militairen onder elkaar praten. Ik noem ze altijd gewoon ‘de mannen’ alsof ze mijn eigen bataljon zijn. Daarmee doe ik mevrouw Singerling tekort want zij hoort er natuurlijk bij. De bewoners zien de commandant en de commandant ziet zijn min of meer militaire bewoners en die klik, dat is dezelfde grap, hetzelfde taalgebruik, de manier waarop je met elkaar omgaat, dat is heel herkenbaar voor iemand als ik die uit een parate militaire omgeving komt. Dat maakt het hier sowieso leuk.
Hoe spreken ze de commandant aan?
(lacht) In het begin zat ik daar even mee.
Er komt hier natuurlijk een snotneus van 56 jaar binnen en die raakt in gesprek met mensen van 70, of zoals het overgrote deel van de bewoners is van 80, 90 jaar. Het respect voor de ouderen, de oudere mens, zit erin. Die spreek je aan met u, en daar heb je een soort hiërarchische verhouding mee want zij zijn ouder en jij bent jonger. Maar ik kom hier ook als commandant binnen en daar kijken de bewoners op eenzelfde hiërarchieke manier naar. Een van de eerste bewoners met wie ik kennis maakte, liep naar me toe, gaf me een hand, zag dat ik twijfelde wat ik moest zeggen en fluisterde toen in mijn oor: (zet lagere stem op): ‘zeg maar gewoon kolonel’. Dus dat zeggen ze. Met veel dankbaarheid aanvaard ik het respect dat bij de bewoners vandaan komt. Ik noem alle bewoners meneer of mevrouw, ik spreek ze ook niet aan bij de voornaam, omdat ik als kolonel respect wil tonen voor hun leeftijd en hun eigen verdiensten. De voornaam ligt dichter bij de rol van mijn vrouw Karin.
Heeft Karin eigen taken als commandantsvrouw?
Niet formeel. Karin heeft gewoon een eigen baan, die blijft ze houden en daarnaast vindt ze het leuk om hier activiteiten op te pakken, vooral in het contact met de bewoners. Daar heeft ze veel plezier in.
In de werkkamer hangt een portret van Winston Churchill als jonge militair. Is hij een voorbeeld voor u?
Het grote voorbeeld is Peter van Uhm. In zijn benaderbaarheid. De collegialiteit. Het feit dat je een normaal mens kunt zijn en als een normaal mens met je personeel kan omgaan. Praten met je mensen. Luisteren naar je mensen. Ik luister veel te weinig. Mensen de aandacht geven die er is. Jezelf
niet belangrijker maken dan de mensen die voor je werken. Weinig poeha. Van Uhm is open man die open communiceert. Ik ben altijd een beetje mensen-mens geweest en Van Uhm heeft laten zien dat je dat kunt zijn terwijl je tegelijkertijd besluiten neemt en je autoriteit als commandant op geen enkele manier ter discussie staat.
En Churchill?
Winston Churchill was briljante spreker, een vent met lef, met name de manier waarop hij zijn zaken kon verkopen, dat spreekt me altijd erg in hem. Hij was een jonge luitenant die in de Boerenoorlog overal zijn nek uitstak, overal zijn neus instak en later ook als redacteur van de krant gezorgd heeft dat hij op die plekken was waar hij helemaal niet moest zijn omdat het daar veel te gevaarlijk was. De man daagt me uit. Hij zet me aan het denken. Ik kom niet in de buurt van zijn redenaarskunsten maar als ik een toespraak moet houden, dan steek ik daar tijd in en als ik merk dat ik het publiek raak, dat ik een boodschap uitzend, dat ik emotie kan oproepen en dat vind ik heerlijk om te doen. Dus daarom hangt Churchill hier aan de muur. Als ik ooit een groot beeld van hem vind, zet ik het hier neer, middenin mijn werkkamer. Dan kan niemand om hem heen.
foto's Geertje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
SVVB
 
 
SVVB