NIEUWS
Bronbeek in de tweede wereldoorlog  (foto's geheugen van Nederland)
geplaatst 19-09-2019
Bovenstaand artikel komt uit het Bronbeek Bulletin no 26, maart 1994. Helaas geen naam van een specifiek redactielid. In de colofon staan als redactieleden: J.M.E. Soons, G. Spijkerboer, P. de Voogd, R. Eijsink, Eindredactie J.B. Blomsma
BRONBEEK EN DE TWEEDE WERELDOORLOG
In de eerste 4 jaar van de oorlog ondervond Bronbeek weinig last van de “beschermers”. Ze bemoeiden zich niet met de bewoners en er werd zelfs entree betaald, wanneer met het museum bezocht. ......
   
Tegen het dragen van uniformen hadden de Duitsers evenmin bezwaar. Sterker nog; wanneer soldaten en onderofficieren één van de KNIL-veteranen op het landgoed tegenkwamen, sprongen zij stram in de houding en brachten de militaire groet. Wij hoeven u niet te vertellen, dat onze bewoners dit straal negeerden.
Toen werd het 17 september 1944.
Parachutisten landden op de Ginkelse hei en de eerste bussen vol Blitzmädel verdwenen met gezwinde spoed richting heimat. De vlaggen werden reeds tevoorschijn gehaald, doch helaas… de slag om Arnhem verliep niet zoals iedereen graag had gewild.
De nationale driekleur ging weer ondergronds. Enkele dagen later kreeg de Arnhemse bevolking bevel om de stad te verlaten; aanvankelijk eerst het centrum, d.w.z. binnen de spoorlijnen; een dag later werd die cirkel vergroot tot de buitenwijken, welke laatsten in eerste instantie niet ontruimd zouden hoeven worden.. Maar ja, om pottenkijkers zaten onze bezetters ook niet verlegen, dus … inpakken en wegwezen.
Ook Bronbeek behoort tot de gemeente Arnhem, maar de toenmalige commandant – luitenant generaal C.A. Rijnders- besloot te blijven waar hij was en rustig af te wachten wat er verder zou gaan gebeuren.
In drommen trokken de verdreven Arnhemmers langs Bronbeek, maar ook een aantal –zo’n 80 – vroeg en verkreeg onderdak op het landgoed. Voor de oud-strijders bracht dat een hele verandering teweeg; rennende kinderen en vrouwen!
Velen hielpen deze evacuees, anderen liepen met een zuur gezicht rond om hun verstoorde rust. Kort na deze inwoning werd de hele TBC-afdeling van het Gemeente Ziekenhuis met bijbehorend personeel op Bronbeek ondergebracht en werd gastvrijheid verleend aan de gezinsleden van het burgerpersoneel.

Weg rustige oude dag voor de veteranen.

Na enkele maanden moesten de tijdelijke medebewoners echter alsnog vertrekken op last van Arnhems NSB-burgemeester Hollaar.
Lieten de Duitsers Bronbeek die eerste tijd na de luchtlandingen nog met rust, anders was het in de lucht boven het landgoed.
Dagelijks vlogen Engelse gevechtsvliegtuigen over dit deel van de gemeente en Velp om de Duitse stellingen te verkennen.
Op een namiddag, eind september, liet echter een laagvliegende en in nood verkerende Engelse bommenwerper vier bommen vallen op het gras voor de commandantswoning. Dat was me wat: grote kraters, alle ruiten van de woning aan diggelen en enkele plafonds neergestort.
Ook in het hoofdgebouw sneuvelden de meeste ruiten en kwamen enkele plafonds omlaag. Verschillende bewoners werden gewond door rondvliegende glasscherven. De gewonden werden verzorgd in het hospitaal en de overige oud-strijders stroopten onmiddellijk de mouwen op om de troep op te ruimen.
Met man en macht werd gewerkt om de vensters weer dicht te maken, waarvoor men van alles gebruikte, van planken tot stukken zeil, waardoor Bronbeek er niet mooier op werd. Alles was echter beter dan evacueren.
Nauwelijks hiervan bekomen kwam een nieuw ontruimingsbevel. De commandant hield echter de poot stijf. Onder de 140 invaliden waren er zo’n dertigtal ouder dan 80 jaar, waarvan een aantal zich slechts met stok of stokken kon voortbewegen. Het hospitaal telde 25 zieken, enkele blind of geheel verlamd. Hoe graag de Duitsers Bronbeek ook ontruimd zagen, tot ontruiming met geweld wilden zij kennelijk niet overgaan. Ze waren echter goed in pesterijen.
Ze betaalden niet meer voor museumbezoek, groetten de oud-strijders niet meer, drongen brutaal weg alle kamers binnen en inspecteerden de kookpannen. Kortom zij gedroegen zich of ze reeds de baas waren in het gebouw.

Dat gedrag begon generaal Rijnders goed te vervelen.

Hij beklaagde zich bij het Departement van Koloniën in Zutphen en opeens was het afgelopen.
Achteraf bleek dat men de oostgrens van Arnhem tijdelijk had verlegd naar de westkant van het landgoed, zodat Bronbeek buiten de evacuatie-verplichting viel. Dat gevaar was dus weer bezworen.
Bronbeek buiten Arnhem betekende dat de bewoners nu met rust werden gelaten. De rest van het landgoed beschouwden de Duitsers echter als hun eigendom en rond de gebouwen groeven zij loopgraven.
De weide werd gebruikt als parkeerterrein voor de militaire voertuigen en hun veldkeukens werden naast de keuken van Bronbeek geplaatst.
Dat laatste gaf natuurlijk grote ergernis. Terwijl het eigen voedsel steeds minder en slechter werd, moest men toezien hoe de bezetters zaten te schransen van wat zij op hun plundertochten buit gemaakt hadden.
Alle uitgangen van het landgoed werden afgesloten en niemand mocht het meer verlaten of er binnenkomen. Zo dachten de Duitsers de Bronbekers geheel van de buitenwereld te hebben afgesloten.
Mooi niet dus. De toenmalige huismeester, de heer Thie, had “vergeten” zijn radio in te leveren en luisterde in een verscholen hoekje naar Radio Oranje.


Op steelse wijze werden deze berichten verspreid. Voorzichtigheid was ook hier de moeder van de porseleinkast.

Onder het verplegend personeel van het hospitaaltje bleek een fanatieke NSB’er, wiens vrouw ook op het landgoed verbleef. Helaas was ook een drietal veteranen lid van de NSB. Alles wat op Bronbeek in het nadeel van de Duitsers werd gezegd, werd dan ook overgebriefd. Toch had men op een verscholen plaats in het achterhek een poortje gemaakt. Daardoor kon ook ’s zondags de pastoor en/of dominee komen voor de kerkdienst.
De voedselvoorziening werd echter steeds slechter en de laatste maanden van de bezetting leefde men van het dagrantsoen, bestaande uit 120 gram brood en 300 gram aardappelen of suikerbieten.
In een tijdsbestek van zeven maanden, overleden maar liefst 22 oudgedienden, tegen gemiddeld acht in normale omstandigheden. Daar het landgoed was afgegrendeld, kon en mocht er geen lijkwagen het terrein op en moest men de overledenen tijdelijk op het eigen terrein begraven. De wintermaanden gingen vrij rustig voorbij. De enige opwinding, die men kende, was wanneer overvliegende gevechtsvliegtuigen Duitse stellingen mitrailleerden of als de grote aantallen bombardementsvliegtuigen oostwaarts overtrokken.
In het voorjaar van 1945 werden de beschietingen uit de lucht heviger en leek het kanongebulder dichterbij te komen. De Duitsers begonnen zenuwachtig te worden en de commandant kreeg weer eens bevel Bronbeek te ontruimen.
De NSB -ers hadden er toch lucht van gekregen dat er naar geallieerde zenders werd geluisterd en dit prompt overgebracht. Ook het feit, dat de meeste bewoners pro-Engels waren, zinde de bezetters niet. Natuurlijk werd aan dit bevel opnieuw geen gevolg gegeven en voor gewelddadige ontruiming kregen de Duitsers geen tijd meer.
De daarop volgende dag werden ze fel bestookt vanuit de lucht en kon men artillerievuur waarnemen.
De gebouwen stonden te beven op hun grondvesten, hier en daar sloegen granaten in en een regen van granaatscherven vloog over het landgoed. Verschillende huizen in de directe omgeving gingen in vlammen op. Men durfde niet te gaan slapen, want gevaar voor een voltreffer was bepaald niet denkbeeldig, De volgende dag werd het artillerievuur nog heviger en de bezetters trokken zich teug naar achter Bronbeek gelegen percelen.
Aan de solide bouw is het waarschijnlijk te danken, dat het hele hoofdgebouw niet instortte. In de ruimten aan de voorzijde was het levensgevaarlijk. Op een gegeven vlogen zelfs kleine rookbommetjes door de ramen naar binnen, die evenwel zo heet waren dat ze hier en daar ook brand veroorzaakten.
De veteranen begonnen letterlijk aan hun tweede jeugd. Koelbloedig werden de gevaarlijke projectielen neer uit het raam gegooid; zelfs voor z.g. blindgangers draaiden ze de hand niet om, invaliden, die in het hospitaal werkten, liepen doodgemoedereerd door een schervenregen van het hoofdgebouw naar hun werk en raakten daarbij licht gewond
De koeienstal dreigde in te storten en onmiddellijk gingen een paar oud-strijders de koeien en een paard naar een veiliger plek brengen. In de namiddag kreeg het hospitaal een paar voltreffers, die van voor naar achter dwars door de muren gingen. Nu was dit gebouw ook niet langer veilig en moesten de zieken, sommigen met krib en al naar het hoofdgebouw; een oversteek, die ook gevaarlijk was door het artillerievuur. Van elke vuurpauze werd door oudgedienden gebruik gemaakt om makkers over te brengen.
Af en toe wierpen zij zich weer ter aarde, als er geen granaten over vlogen en ook moesten zij een beginnende brand in het hospitaal blussen, waar een brandbommetje op een stapel matrassen terecht was gekomen.
Langzamerhand kreeg men de indruk dat de Engelse artillerie Bronbeek probeerde te sparen. Het zou immers een klein kunstje zijn geweest het hele gebouw in puin te schieten.
Rondom hoorde men inslagen en zag men instortende huizen. In de loop van de derde dag werd het een stuk rustiger.
Terugkerende Duitsers schoten nog op van alles wat Bronbeek bewoog, maar zagen geen kans iets of iemand te raken. In de middag arriveerde de eerste Engelse patrouille, even later gevolgd door een grote tank. De veteranen spoedden zich naar het hek, waar de tank stopte en de lachende bemanning zijn voorraad sigaretten en chocolade afstond. Toch besloot de commandant nog maar even wachten met het hijsen van de vlag.
De Duitsers waren nog aanwezig op nog geen 300 meter afstand. De volgende dag –zondag- lieten de Engelsen hun tegenstanders even met rust, maar s maandags – 16 april 1945- werden de Duitse stellingen in Velp goed onderhanden genomen. Opnieuw stond Bronbeek op zijn grondvesten te dreunen. Om 10. 00 uur kwam van Engelse kant het bericht dat ook Velp bevrijd was en dat de vlag uit kon.
Op dat zelfde moment meldden zich ook twee leden van het verzet.
Een van hen was een politieman die op Bronbeek als evacué gastvrijheid had genoten en die dus goed op de hoogte was met het interne gebeuren. Zij kwamen de NSB-ers onder het personeel arresteren. De commandant liet alle oud-strijders die daartoe in staat waren, aantreden in groot tenue, alle eretekenen op de borst. Onder hen waren Ridders MWO, dragers Atjeh-medaille en het Lombok-kruis en velen met vijf of meer gespen op het lint van hun expeditie kruis (voor het deelnemen aan elke belangrijke expeditie werd destijds een gesp uitgereikt)
Dat Bronbeek de oorlogshandelingen overleefden is ongetwijfeld te danken aan het kordaat en heldhaftig optreden van de veteranen, n.b. “INVALIDEN”
Tijdens de 2e Wereldoorlog was commandant Bronbeek Luitenant-Generaal (tit) Cornelis Adrianus Rijnders
   
-◊-Luitenant-Generaal) (tit) Cornelis Adrianus Rijnders (Nederlandse Krijgsmacht)
-◊-film 20 minuten, lezing Niek Ravensbergen over Bronbeek in de 2e WO.
-◊-Bronbeek Bulletin no 26 Maart 1994
-◊-Bronbeek in de 2e Wereldoorlog - Debby Breukelman
-◊-Bronbeek beleefde de bevrijding van Arnhem Arnhemse courant 16 april 1946

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
mail: svvb1983@gmail.com

 

SVVB
 
 
@ SVVB