LEVENSWIJZE VAN DE BEWONERS VAN HET „KONINKLIJK KOLONIAAL MILITAIR INVALIDEN HUIS."
 
HET „KONINKLIJK KOLONIAAL MILITAIR INVALIDENHUIS" OP HET LANDGOED „BRONBEEK",
DOOR A. DE BRACONIER - TIJDSCHRIFT "INDI
ň" DOOR A DE BRACONIER - 1e jaargang N0 22, 29 augustus 1917.
 
 
   

Van den door prachtige villa's omzoomden Velperweg lijkt „Bronbeek" meer op een groot landhuis of fraai kasteel dan op een invaliden-inrichting.

 
Oud gedienden en invaliden! In elk land zijn ze, iedere natie Sm||||io Men herkent ze dadelijk, die grijze ijzervreters met hun soldateske koppen, de mooi opgepoetste medailles bungelend aan kleurige linten, hun schoenen glimmend als een spiegel. Ah, die oude vechtjassen, die braven met hun aureool van dapperheid, waardoor zij overal populair zijn.
Zij bewaken de kunstschatten in alle musea der wereld, luisteren parades en officieele festiviteiten op, terwijl men de invaliden kan zien rondwandelen in de tuinen en binnenplaatsen der kazerneachtige inrichtingen, die door de verschillende regeeringen te hunnen behoeve zijn opgericht.
Zoo zagen wij hen, juist voor het uitbreken van den verschrikkelijker! wereldoorlog, in groepjes rondloopen in de cour van het „Hotel des Invalides", de plaats, waar ook de keizersoldaat, Napoleon, rust.
Maar toch, in dit oord van militaire traditie en bravoure, waar alles getuigt van de „gloire de la belle France", moesten wij terugdenken aan het mooie landschap van Gelderland. Er is maar ťťn Bronbeek op de wereld!
 
Het getuigde wel van een echt soldatenhart en van een bijzondere liefde voor het Nederlandsche koloniale leger, dat het Z. M. Koning Willem 111 in 1859 behaagde, zijn prachtig landgoed „Bronbeek" den Staat der Nederlanden te schenken, teneinde het tot een „Koloniaal Militair Invalidenhuis" in te richten.

 

Nadat de toenmalige rijksarchitect, de heer W. N. Rosť, zich met die inrichting belast had, werd de instelling bij Kon. Besluit van 31 October 1862, nį. 863, in het leven geroepen en op den 19 den Februari 1863, des stichters verjaardag, door den eersten commandant, den Gene-raal-Majoor J. C. J. Smits, Buitengewoon Adjudant van Z. M. den Koning, geopend.
Bij het 25-jarig bestaan der instelling, dat gevierd werd onder het bestuur van den tweeden Commandant, den bekenden Generaal K. van der Heyden, werd het praedicaat „Koninklijk" verleend, zoodat de naam veranderde in „Koninklijk Koloniaal Militair Invalidenhuis."
Bronbeek heeft zich gedurende mťťr dan een halve eeuw in de belangstelling van het Nederlandsche volk verheugd en werd zoowel door den Stichter als door de tegenwoordige Beschermvrouwe, H.M. de Koningin, bezocht. Gebouwd in een tijd, toen de begrippen omtrent huisvesting en hygiŽne anders waren dan tegenwoordig, werden vooral onder leiding van den derden commandant, den Kolonel-titulair van het Ned.-Indische Leger Jhr. N. C. van Heurn, belangrijke verbeteringen aangebracht, zoodat Bronbeek een model-inrichting kan genoemd worden.
Het was ook onder het commando van Jhr. N. C. van Heurn, dat de oude en verouderde boerderij van het landgoed in 1912 werd veranderd in een moderne boerderij met een varkensfokkerij, terwijl in datzelfde jaar nieuwe timmeren schilderwerkplaatsen en een smederij werden gebouwd. In 1914 verrees een ziekenpaviljoen, dat geheel aan de eischen des tijds voldoet.
Moge het den tegenwoordigen commandant, den Luitenant-Generaal-titulair van het Ned.-Indi-sche Leger S. A. Drijber, gegeven zijn de voorstellen van zijn voorganger uit te voeren, waardoor het aantal verpleegden met een vijftigtal kan worden verhoogd.
Er zijn er nog zoo velen, die op de sollicitantenlijst staan en die wachten om opgenomen te worden. De strijd om het bestaan is voor den oud-Indischen militair, die met een klein pensioentje of gagement in de hem vreemde „burgermaatschappij" komt, bijzonder zwaar. Vooral de invalide moet geholpen worden, die gebrekkig of verminkt, niet meer tot werken in staat is.

Wij willen deze inleiding, waarin het ontstaan en enkele feiten uit de geschiedenis van Bronbeek zijn vermeld, besluiten met eenige sympathieke zinsneden uit het door den Commandant Smits samengestelde Gedenkboek:

 „De invalide van het Nederlandsche Leger in lndiŽ zou niet langer als een verstooteling in den eenen of anderen afgelegen hoek des lands zijn armoede behoeven te verbergen, hij zou, geacht en geŽerd, fier het hoofd kunnen verheffen in het midden des lands. Een waardig einde moest een eervol leven kunnen besluiten".

"Generaal K van der Heyden, de 2e Commandantvan Bronbeek
 
DE ORGANISATIE VAN HET KONINKLIJK KOLONIAAL MILITAIR INVALIDENHUIS.
 
De instelling dient tot opneming en verpleging van gegageerde of gepensionneerde militairen van het leger in Ned.-lndiŽ en de landmacht in West-IndiŽ en ten hoogste 15 gepensionneerde militairen (waaronder 6 onderofficieren), die bij de Kon. Ned. Marine, het korps Mariniers of wel gedetacheerd van het leger in Nederland, in de koloniŽn diensten op de vloot of bij de landmacht hebben bewezen.
Ook kunnen ťťn of meer officieren of gewezen officieren in het invalidenhuis ter verpleging worden opgenomen. H. M. de Koningin, de Beschermvrouwe, behoudt zich dit recht voor, terwijl de positie dier officieren nader bij Kon. Besluit wordt geregeld.
Het is sinds de oprichting van Bronbeek nog niet voorgekomen, dat een officier werd opgenomen. Het in 1863 vastgestelde reglement op het Kon. Koloniaal Militair Invalidenhuis, werd bij Kon. Besluit van 7 April 1902, no. 32 gewijzigd; een nieuw reglement is op het oogenblik ter perse.
 
De staf van de instelling bestaat thans uit:
1 officier van gezondheid
1 commandant. 1 officier-adjudant.
1 officier van administratie (betaalmeester).
1 hulpapotheker.
2 geestelijken (van den Protestantschen en van den Roomsch-Katholieken eeredienst.)
2 organisten.
1 huismeester.
1 adjudant-schrijver.
In 1900 bedroeg het aantal invaliden 134, thans 215;mťťr dan dit laatste cijfer aangeeft kunnen niet worden opgenomen.
Gedurende het bestuur van Jhr. N. C. van Heurn, van 1 April 1900 —1 Augustus 1917, werden in een tijdvak van 17 jaren 1418 invaliden opgenomen, waarvan 979 op verzoek werden ontslagen, 135 werden verwijderd, 223 overleden. Van de 215 invaliden zijn 40 onderofficieren, terwijl behalve Nederlanders ook Duitschers, Franschen, Belgen, Oostenrijkers en Zwitsers zijn opgenomen. Het aantal Duitschers en Belgen vormt de meerderheid der vreemde nationaliteiten.
Zij, die voor een plaatsing in aanmerking komen, kunnen zich in persoon of schriftelijk wenden tot den commandant. Indien zij gehuwd zijn, is de toestemming der vrouw noodig, die eventueel de verzorging van de kinderen op zich neemt. Door het Ministerie van KoloniŽn wordt de helft van het gagement of pensioen uitgekeerd aan de vrouw of de kinderen; de voogdijraad belast zich verder met de zorg over de kinderen van die invaliden, welke uit de vaderlijke macht ontzet mochten zijn.

Alle invaliden storten hun gagement of pensioen, dat uit den aard der zaak zeer verschillend is, in de kas der instelling; zij ontvangen een zakgeld van ƒ 0.10, ƒ0.15, ƒ0.20, ƒ0.25 en ƒ 0.30, naar gelang zij fuselier, korporaal, sergeant, sergeant-majoor of adju-dant-onderofficier waren. Wie werken wil en kan ontvangt tevens ƒ0.15 per dag toelage boven de hooger genoemde bedragen. De sommen, door de invaliden van 1912 tot en met 1915 gestort, bedroegen ƒ 38.429.—, ƒ 39.179.— , ƒ 40.337.— en ƒ32.005.—.

Daar het Koninklijk Koloniaal Militair Invalidenhuis onder het ministerie van koloniŽn ressorteert, moet de jaarlijksche begrooting, als onderdeel der Indische begrooting, door de Staten-Generaa) worden goedgekeurd. De gemiddelde exploitatiekosten bedragen rond ƒ98.000.— , zoodat over een tijdvak van 1912 tot en met 1915, door den Staat, per jaar en per man, ƒ330. — moest worden bijgelegd. Voor de voeding kan gemiddeld per dag en per man ƒ1. — worden gerekend.

 

Kolonel Jhr. N.C. van Heurn, oud commandant van Bronbeek (1 april 1900 - augustus 1917)
 
Het financieel beheer der instelling staat onder de controle van een „raad van administratie", bestaande uit den commandant (voorzitter), den officier-adjudant, den betaalmeester (secretaris) en den officier van gezondheid.
Een fonds „Tot Nut en Vermaak", groot ƒ 35.000. —, ten behoeve van den invalide uit particuliere giften ontstaan, wordt nog jaarlijks vermeerderd met de entrees der Ī 5000 a 6000 betalende bezoekers der instelling. Door den commandant wordt driemaandelijks een verslag over de inrichting aan H. M. de Koningin en aan den minister van koloniŽn aangeboden.
 
Daar er discipline, orde en regelmaat in een instelling als Bronbeek moeten zijn, werden ook straffen ingesteld, die met zťťr veel humaniteit worden opgelegd. De feiten, waarvoor invaliden worden gestraft, zijn voornamelijk dronkenschap en enkele malen brutaliteit. De straffen zijn ingevolge haar zwaarte als volgt verdeeld:
 
1. arrest in het gebouw;
2. arrest op het landgoed (tot drie maanden);
3. verwijdering.
Bij alle straffen mogen de invaliden de eerste acht dagen niet in de recreatiezaal komen;bij dronkenschap verliest de gestrafte zijn betrekking en daardoor ook zijn dagelijksche toelage van ƒ0.15.
Dat veel tact en geduld geŽischt worden van hen, die dagelijks met de invaliden moeten omgaan, behoeft geen verder betoog.
Vele invaliden toch zijn geen „jonge broekjes" meer en hebben de gebreken van den ouderdom.
Met welwillendheid en, waar het moet, met een flinke terechtwijzing, zal men meer bereiken dan met „militairement" optreden en het handhaven van de uiterlijke vormen van de oude kazerne-discipline.

Een merkwaardig verschijnsel is, dat vrijwel ieder invalide, wanneer hij in de instelling wordt opgenomen, met „schulden" aankomt. Dit zijn echter geen schulden aan den lande voor ontvangen voorgeschoten gelden, doch die aan woekeraars en kostbazen, die vaak op een schromelijk geraffineerde wijze misbruik hebben gemaakt van de onkunde en het gebrek aan vakkennis, waarmede de oudIndisch militair de burgermaatschappij binnentreedt.

Wie in de handen van die hyena's der oudgedienden vallen, en het zijn er zťťr velen, moeten hun gagements- of pensioensacte verpanden. Het is niet onze bedoeling in dit artikel nader op die maatschappelijke misstanden in te gaan, doch wel om te vermelden, dat met de medewerking van het ministerie van koloniŽn en het toezicht van den commandant van „Bronbeek" de schulden der invaliden worden geregeld en afbetaald.

Vooral onder het bestuur van Jhr. N. C. van Heurn werden vrijgeviger bepalingen gemaakt voor opneming in het Invalidenhuis en werden jeugdige, tijdelijke invaliden opgenomen, die na genezen en aangesterkt te zijn in de maatschappij terugkeerden, om met steun en voorspraak der inrichting een behoorlijk emplooi te vinden.

Luitenant Generaal S.A. Drijber, Commandant van "Bronbeek"
 
LEVENSWIJZE VAN DE BEWONERS VAN HET „KONINKLIJK KOLONIAAL MILITAIR INVALIDEN HUIS."
 
De invaliden worden, naar gelang zij al dan niet onderofficieren zijn, met twee of drie, anders met ongeveer veertien man, in ruime, goed geventileerde kamers gehuisvest. Het kan zijn voordcelen, maar ook zijn nadeelen hebben, dat de onderofficieren-invaliden in gering aantal bij elkander wonen.
Zijn ze goede vrienden, dan gaat alles best, doch kunnen ze elkander niet verstaan — en dit vindt ook wel eens plaats, omdat de karakters en de nationaliteit der bewoners soms sterk uiteenloopen — dan wordt de harmonie verstoord. Over het algemeen kan gezegd worden, dat de geest onder de invaliden goed is. 's Zomers om zes uur en 's winters om zeven, is het voor hen reveille.
Na zich gewasschen te hebben, worden de „tampatjes" evenals voorheen in de kazerne in orde gemaakt, de wolletjes „model" gevouwen, zoodat alles een keurig aanzien krijgt.
Na het ontbijt, dat 's zomers om half acht plaats vindt, beginnen de werkzaamheden, die verdeeld kunnen worden naarmate de plaats waar zij verricht worden, in die in het gebouw, in de werkplaatsen en op het landgoed.

Voor het schoonhouden van het gebouw, het verzorgen der belangrijke wapen-, ethnographische en natuurwetenschappelijke verzamelingen, zijn bepaalde personen aangewezen. In de timmermans- en schilderswerkplaats, de smederij, de boekbinderij en de matrassen-makerij werken diegenen, die voor het ambacht voelen; bij den landbouw en de veeteelt (varkensfokkerij), zoomede de bijenteelt verrichten vele anderen nuttigen dienst.

De bedrijfsboer, de beheerder van de geheel modern ingerichte landhoeve, is geen invalide, doch een burger-vakman.

 
Slamat tidoer(wel te rusten) een hoekje van een invalieden-chambrťe  
 

 

 
De kippen- en konijnenfokkerij moest in deze tijden van voedselschaarschte tijdelijk worden opgeheven; jammer, daar de invaliden zich jarenlang aan heerlijke konijneboutjes te goed konden doen.
De groenten, die op het landgoed worden gekweekt, dienen ook voor de menage, terwijl er tevens „ingemaakt" wordt.
Zelfs aan vischteelt wordt gedaan. In de vijvers die door het beekje zijn gevormd, dat weei ontspringt uit de bron — vandaar de naan Bronbeek - zijn edelkarpers gepoot.

Het is duidelijk, dat sinds de oprichting dooi de verschillende commandanten niets is onbeproefd gelaten, om door werkzaamheden de menschen bezig te houden.

Alle werkzaamheden worden verricht ten behoeve van de instelling zelve, zoodat liefde voor het werk wordt aangekweekt.

Ach, sommige oudjes zijn zoo gehecht aan hun werkje, geen die het zoo goed kan als zij; het zou verschrikkelijk voor hen zijn, indien ze hun baantje kwijt raakten.
 

The Light that failed (blinden aan den arbeid)
 
Ook in het knutselen zijn sommige invaliden zeer bedreven en heel wat kunstwerkjes werden in den loop der jaren gewrocht.
 
Voor de blinden, er zijn er tegenwoordig acht, werd een leer-, tevens werkplaats ingericht.
Zij leeren lezen en schrijven, terwijl nuttige voorwerpen als borstels, matten, vlecht- en netwerken worden vervaardigd
 
Het is hier de plaats om te vermelden, dat de gepensionneerde hoofdonderwijzer te Arnhem, de heer H. A. StŲcker, geheel belangeloos voor de blinden als leeraar optreedt.
Niet alleen wordt door hem het Braille-schrift onderwezen, doch verschillende boeken worden onder zijn leiding vermenigvuldigd.
Moge de onlangs in Frankrijk gedane ontdekking, waardoor het blindenschrift wordt vereenvoudigd, ook n Bronbeek worden toegepast!
De Blinden-Bibliotheek te 's-Gravenhage voorliet de ongelukkigen, die het gezichtsvermogen liebben verloren, van litteratuur.
Om half twaalf worden 's morgens de werkzaamheden geŽindigd en daar eerst om kwart voor ťťn het middageten wordt genuttigd, is er voldoende tijd, om de cantine te bezoeken.
Zoowel voor de onderofficieren als voor de andere invaliden is een cantine ingericht, waarin tweemaal ťťn uur, voor het eten, de tap geopend wordt.

In de „pijp" kan het „zoete slokje" worden gekocht en doen de invaliden een gezellig spelletje of biljarten; sigaren en andere versnaperingen kunnen daar ook worden verkregen. De cantine-houder is echter verantwoordelijk, dat aan den invalide niet meer „dikkoppen" worden geschonken dan wel dienstig voor hem zijn.

De werkzaamheden des middags duren van half twee tot half vier; de invaliden zijn dan vrij om tot tien uur 's avonds uit te gaan. Zij wandelen dan op het schoone landgoed, zitten soms in groepjes bij elkaar, „boomend" over „tempo dahoeloe" (tijden van weleer), of brengen een bezoek aan Arnhem.

Zieke oudjes in de "boeboer" (hospitaal
 
HET „KONINKLIJK KOLONIAAL MILITAIR INVALIDENHUIS" OP HET LANDGOED „BRONBEEK",
DOOR A. DE BRACONIER - TIJDSCHRIFT "INDI
ň" DOOR A DE BRACONIER - 1e jaargang N0 22, 29 augustus 1917 (slot)
 
Hoewel de avondtafel om kwart voor zeven plaats vindt en het komen niet verplichtend is, zijn toch de meeste invaliden present.
 
Om tien uur gaan de lichten uit en moet een ieder, slamat tidoer, naar bed. Het gebeurt wel eens, dat een invalide, in Arnhem zijnde, dit klokje van gehoorzaamheid vergeet en dat hij te laat is. elmatig werd gewijzigd.
 
Familieleden mogen de invaliden, zonder entree, steeds bezoeken; jaarlijks komen 6 a 8000 bezoekers, waarvan ongeveer 5 a 6000 een kwartje betalen.
Vooral onder het bestuur van Jhr. N. C. van Heurn werden verder allerlei maatregelen genomen om de huiselijkheid te bevorderen; dam-, lotto-, kaart- en dominospelen werden op de kamers verstrekt.
Ook werden leunstoelen voor ouden van dagen en gebrekkigen aangeschaft, terwijl de kleeding doelmatig werd gewijzigd.
Bovendien worden door verschillende vereenigingen en personen buiten de stichting vaak pogingen in het werk gesteld, om den invaliden een aangenamen dag of avond te bereiden. Zij worden bij feestelijke gelegenheden tot voorstellingen en soirťe's genoodigd, terwijl ook in het gebouw zelve gezellige avondjes voor de invaliden worden georganiseerd.

Hoewel de gezondheidstoestand op Bronbeek zeer gunstig kan genoemd worden, moeten sommige invaliden onder dokters behandeling komen en worden dan in het nieuwe ziekenpaviljoen opgenomen.

De bibliotheek, die zeer uitgebreid is en goede werken bevat, wordt door een onderofficier beheerd en verheugt zich in een druk gebruik.

Smakelijk eten: De invaliden aan tafel  
 
Tenslotte dient de zijderupsenteelt van den korporaal J. O. Engelsman te worden vermeld. Deze bewoner is al tien jaren in Bronbeek en is de specialiteit in het opzetten van dieren, vogels en vlinders. Verder staat de afdeeling zijderupsenteelt geheel onder zijn persoonlijke leiding. Hoe smakelijk weet hij den bezoeker zijn bedrijf uit te leggen en met trots wijst hij de resultaten van zijn arbeid, de mooie zijde, die hij met een locomobieltje van de Bombyx mori-cocon afwindt.
 
In Bronbeek behoeft de invalide zich werkelijk niet te vervelen, er is zooveel om hem bezig te houden, dat hij al spoedig iets gevonden heeft van zijn gading.

Niettemin, indien hij de inrichting wil verlaten, dan kan door hem vrijwillig ontslag worden aangevraagd. Het is echter verheugend te bemerken, dat op

Bronbeek niets onbeproefd is gelaten, om den invalide een prettigen ouden dag in een mooie omgeving te schenken.

Een groepje invaliden onder de boomen aan het "boomen"over de "tempo dahoeloe"
 
EEN BEZOEK AAN HET LANDGOED „BRONBEEK".
 
Wanneer men van den prachtigen, door mooie villa's omzoomden Velperweg Bronbeek binnentreedt, dan valt het den bezoeker dadelijk op, dat het Invalidenhuis geen kazerneachtigen indruk maakt.
Men denkt eerder naar een groote villa of een kasteel te wandelen, dan naar een inrichting, waarin ruim tweehonderd invaliden verpleegd worden.
Toch herinnert het standbeeld van Mars met het opschrift: „Mars qui victrici committit proelia dextra" ('t is Mars, wiens heldenvuist het oorlogslot beslist), onmiddellijk bij den ingang geplaatst, dat wij in het teeken van het „militairisme" staan.
Weldra komt men aan den hoofdingang van het gesticht, dat twee verdiepingen bezit. Beneden zijn de lokalen voor de administratie en het beheer, doch voornamelijk zijn het de kerk en de bibliotheek, die onze speciale aandacht vragen.
In de kerk bevindt zich zoowel het altaar voor den Katholieken eeredienst, als de preekstoel voor den Hervormden predikant.
Uit piŽteit voor de in het Invalidenhuis overleden bewoners worden in de kerk, in met de symbolen des doods versierde kastjes, hun eereteekenen opgehangen, terwijl het opschrift: „Ter eervolle nagedach tenis" daarboven is ge plaatst.
Ook de decoraties var officieren, diť door de bloedverwanten of bi testamentaire beschikking aan de instelling werder geschonken, worden daai geplaatst.
In de bibliotheek waarin onder meer zicf een geheele reeks var portretten bevindt van be kende en verdienstelijke officieren van het Indische leger, bestaat jammer ge noeg geen gelegenheid om de werken rustig tei plaatse te lezen.
Heeft de mobilisatie veel plannen in de war gestuurd, vermeld dien te worden, dat zelfs eer instelling als Bronbeek daaronder geleden heeft Waren de voorstellen van den commandant, Jhr N. C. van Heurn, verwezenlijkt, dan hadden de invaliden ook hun leeszaal gekregen.
Wij willen van de eetzalen en cantine's nie meer vermelden, dan dat daarin, en trouwens ir alle zalen, portretten, schilderijen, enz. hangen getuigende van heldenmoed en opofferingsgezind' heid jegens het vaderland.
De weg tot het hart van den oud-soldaat gaat ook door diens maag en bijzondere zorg is daaron aan de keukens besteed.
Wandelen wij door de tropeeŽngalerij, de verschillende gangen en bezien wij de belangwekkende verzamelingen, dan is het of wij op heiligen grond staan en beter deden de schoenriemen te ontbinden. Wat een wapenen! Speren, lansen, houw- en stootwapens, donderbussen, lila's, tot de zwaarste kanonnen toe. O, als die wapens eens spreken konden! Hoe zouden zij kunnen verhalen van worstelingen om het Nederlandsche gezag te handhaven in het schoon en machtig rijk van Insulinde, hoe zouden zij niet getuigen van moed, beleid en trouw van duizenden en duizenden, die hun leven veil hadden voor de eer van Nederland!

Men ziet er veroverde Atjehsche kanonnen, prachtig versierd, door Turksche sultans, als heerscher der „geloovigen", geschonken aan de gebieders en gebiedsters der Atjehsche peperkusten. Staat niet op ťťn dier kanonnen in het Arabisch „De vrouw moet zijn het edelste voorwerp der schepping", als hulde aan een Atjehsche sultane! Prijken niet veroverde vlaggen en banieren met soerahs uit den koran en staat niet op ťťn vermeld: „O Machtige, verdelg mijn vijand, Holland, wegens zijn list, Alvermogende, vernietig den logenaar en grootspreker, Holland!"

De tropeeŽngalerij. Als al die wapens eens konden spreeken!
 
Prijkt niet een te Pemangkat in 1854 veroverde Chineesche vaan met het heldhaftig opschrift „Pho soeng tjoeng tang", dat „sterven of overwinnen" beteekent, doch troont bij die zelfde vaan niet de kop van den aanvoerder van het „Drie vingerig verbond" Tjang Ping, ook wel Djang Pemangkat genaamd! Het museum te Bronbeek is ťťn groote Indische Iliade en wie de opkomst van het Nederlandsche gezag in het verre Oosten wil bestudeeren, richte zijn schreden naar dien heiligen grond.

Hij zal er relikwieŽn vinden van alle door de Nederlanders ondernomen, mislukte of geslaagde „expedities", naar Atjeh, Bali, Boni, Bandjarmasin en andere gebieden van de z.g. Buitenbezittingen. Ook zal hij sporen vinden van den Javaoorlog, waarin Dipo-Nego-ro, El TjŲkro (de verlosser), den blanke van Java trachtte te verdrijven, herinneringen aantreffen aan den verwoeden strijd tegen de Padri'sen de verovering van Bondjol. O, als al die wapens eens spreken konden!

 
Zij zouden namen noemen van alle bouwers van het Indische rijk, namen, die het grootste gedeelte van de Nederlandsche natie niet kent in deze tijden: De Brauw, Van Swieten, Michiels, den toean matjan, Cochius, Karel Bernhard Hertog van Saksen-Weimar-Eisenach, bijgenaamd „de Sax", Verspyck, Toontje Poland en honderden en honderden anderen.
 
Een grootsch figuur rijst op in Bronbeek om nimmer vergeten te worden: de populaire held, de ťťnoogige koning, Kareltje van der Heyden, die, met roem en eer in Nederland teruggekeerd, de tweede commandant van Bronbeek werd. Ridderorden, eeresabels, tropeeŽn, zij alle laten het Nederlandsche volk zien, hoe geleden en gestreden is daar in het Oosten, dat men nu Tropisch-Nederland noemt.
Wij verlaten het hoofdgebouw, waarin centrale verwarming en electrisch licht het leven van den invalide veraangenamen, om te gaan naar het reeds meermalen genoemde ziekenpaviljoen.

Ook hier zien wij, dat alles gedaan wordt om den invalide een zorgvuldige verpleging te geven. Behalve een medicus zijn hier 1 hoofdverpleegster, 1 verpleegster en 3 gediplomeerde ziekenverplegers werkzaam.

Of de invalide niet in zijn hart het oude regime en de gemoedelijkheid der vroegere verplegers verkiest boven de tegenwoordige strooming, waarbij alle regelen der hygiŽne en technische verpleging streng worden gehandhaafd, willen wij onbeantwoord laten.

Invaliden - verpleegd in het geheel modern ingerichte zieken-paviljoen
 
Zeer zeker, in het belang van den invalide zelf is het gewenscht en gelukkig, dat de hospitaaltoestanden op Bronbeek veranderd zijn geworden.
Van het hospitaal gaan wij naar de boerderij en de werkplaatsen en wij zullen de varkensfokkerij en de bijenstand niet vergeten.
 
Zien wij de plaatjes in het Gedenkboek, dat in 1881 werd uitgegeven en vergelijken wij de toestanden van toen en nu, dan kan men zeggen, dat zťťr veel voor den invalide is gedaan.
 
Een wandeling over het landgoed langs het beekje met zijn vischvijvers en hokken met allerlei vogels van diverse pluimage brengt ons van zelf naar de commandantswoning.
 
Hier hebben drie commandanten gewoond, de generaal-majoor J. C. J. Smits, van 19 Februari 1863 tot 1887, generaal K. van der Hevden, van 5 November 1887 tot 26 Januari 1900, kolonel jhr. N. C. van Heurn, van 1 April 1900 tot 1 Augustus 1917, terwijl de tegenwoordige commandant, luitenant-generaal S. A. Drijber, sinds 1 Augustus j.l. het commando op zich heeft genomen en voor een tijdvak van vijf jaren is benoemd.
Een gedeelte van de boerderij met de varkesnhokken ; schoone vakrned die door de zorgen van de invaliden vet worden
 
Wij zouden den „levensredder" van 1800 man expeditionnaire troepen, die per linieschip „Waterloo" in 1825 naar lndiŽ vervoerd werden en even buiten de Nederlandsche kust door een verschrikkelijken storm overvallen werden, haast vergeten. Moge het bezit van dit reusachtig anker voor Bronbeek een gunstig teeken zijn. Het anker symbool van de hoop! 
Laten wij hopen, dat vele en vele invaliden nog lange jaren op het mooie landgoed Bronbeek hun levensavond mogen slijten.

Wij kunnen dit artikel niet eindigen, alvorens hierbij onzen dank uit te spreken voor de welwillendheid, waarmede de tegenwoordige kapitein-adjudant H. G. J. Smits ons verschillende gegevens verstrekte.

Moge hij, die door de invaliden steeds wordt geprezen als een humaan en zorgzaam chef, nog jaren aan het Koninklijk Koloniaal Militair Invalidenhuis verbonden blijven.

 

 
Wie Bronbeek nog niet heeft bezocht, die ga er heen; de invalide weet uw belangstelling te waardeeren.

En gij, machtigen van het geld, die uw tonnen en tonnen in lndiŽ verdiend hebt, bedenkt, dat het de invaliden waren en hun makkers, die met de bajonetten u in de gelegenheid stelden zulks rustig te doen.

Vergeet gij vooral de oude ijzervreters, de brave vechtjassen van Bronbeek, niet!

Het reusachtige anker , de "levensredder van 1800 man expeditionaire troepen"in 1825 (tijdens den Java-oorlog) naar IndiŽ gezonden
 
Foto's „Rembrandt".
meer wekelijke tijdschrijften zijn te vinden op : Universiteit Leiden-Koloniale Collectie KIT)
 
Specifiek deze 2 tijdschriften kunt u hier en hier downloaden.
 
 
 

 

 

 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
mail: svvb@kpnmail.nl
                                                                    
SVVB
 
 
 @ SVVB