NIEUWS
 
'Colditz middag' 10 oktober 2018  (foto's Geertje en Bert van Willigenburg)
geplaatst 12 okt
Toespraak cdt KTOMM Bronbeek, kolonel Karel van Dreumel. In zijn toespraak het verhaal achter deze tentoonstelling. Aan het eind van zijn toespraak reikte cdt Bronbeek het Mobilisatie-Oorlogskruis uit aan de broer van Willem de Lange, Philip de Lange.
 
Katjongs in Colditz
Zeer geŽerde gasten, dames en heren.
Wie naar de foto’s in de tentoonstelling Katjongs in Colditz kijkt, ziet naast een paar gedistingeerde oudere officieren vooral vitale, knappe jonge kerels, katjongs, in de kracht van hun leven.
Zij kozen krijgsgevangenschap. Toen de Duitse bezetter na de pijnlijke capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten in mei 1940 de krijgsgevangen gemaakte Nederlandse officieren, onderofficieren en manschappen naar huis terugstuurden, namen zij een aanzienlijk risico.
Hoe voorkom je dat zij, met name de beroepsmilitairen onder deze lieden, bij de eerst mogelijke gelegenheid de wapenen weer opnemen? Zij zochten de oplossing in de in juli 1940 opgestelde erewoordverklaring: ‘
“Hierdoor verzeker ik op eerewoord dat ik gedurende dezen oorlog althans zoolang Nederland zich met het Duitsche Rijk in oorlogstoestand bevindt aan geen enkel front noch direct , noch indirect zal deelnemen aan den strijd tegen Duitschland. Ik zal geen handeling begaan of verzuim plegen waardoor het Duitse Rijk schade van welke aard ook, zou kunnen lijden.’
Het ondertekenen ervan voelt als verraad, als toegeven aan de onbeschofte macht die ons overlopen heeft en staat lijnrecht tegenover de militaire natuur. Niet tekenen betekent onontkoombaar afvoer in Duitse krijgsgevangenschap onder achterlating van alles wat je lief is, van iedereen die je thuis nodig heeft zonder enige garantie voor je eigen veiligheid. Een duivels dilemma. Toegeven aan de bezetter of huis en haard in de steek laten. Met begrip daarvoor verklaart het nog overgebleven Nederlandse militaire leiderschap (in de woorden van de Koninklijke Marine) dat ‘ieder persoonlijk te beslissen heeft, wat hij in deze meent te moeten doen, doch dat ik het tekenen der verklaring niet in strijd acht met den officierseed en daarin niet een ontoelaatbare handeling zie’.
12400 Nederlandse onderofficieren en ondergeschikten en 2000 beroepsofficieren tekenen de verklaring. 68 officieren, geleid door woede, eergevoel en/of dadendrang zeggen ‘nee!’ en weigeren te tekenen. Naast de Nederlandse opperbevelhebber, generaal Winkelman en vijf van zijn generaals bestaat een groot deel van hen uit katjongs, waaronder twaalf cadetten van de Koninklijke Militaire Academie. Meer dan de helft van hen geboren in voormalig Nederlands IndiŽ.
Een heldendaad of achteraf gezien de weg van de minste weerstand? Gekozen voor het relatief veilige krijgsgevangenen bestaan?
Weg van de ontberingen van de bezetting? Weg van de kans om actief verzet te plegen? Weglopen van de verantwoordelijkheden thuis? Eer en principes zijn leuk, maar daar kocht thuis niemand iets voor. Waren de tekenaars dan lafaards? Verkwanselden zij hun principes.
Vele tekenaars braken uiteindelijk hun eed, gingen in het verzet en uiteindelijk werden zij alsnog in krijgsgevangenschap gevoerd.
De weigeraars werden afgevoerd naar Schloss Colditz. Onder een relatief gunstig regime, relatief, wisten zij hun moreel hoog te houden door een bewonderenswaardig behoud van discipline en, zoals het een officier in krijgsgevangenschap betaamt, het met volharding uitvoeren van een aanhoudende ontsnappingsoperatie. Misschien is een ontsnappingsindustrie een beter woord. Hun gevangenschap in Colditz en de omzwervingen door het Derde Rijk die lopende de oorlog volgden, spreken daardoor buitengewoon tot de verbeelding. Laten we genieten van de prachtige en niet minder dan verbazingwekkende ontsnappingsverhalen die de tentoonstelling ons laat zien, maar laten we niet uit het oog verliezen, dat hier sprake is van gevangenschap, onderdrukking, ontbering en vooral een altijd prominent aanwezig acuut levensgevaar voor alle betrokkenen.
Ik kan, als officier van de Nederlandse Krijgsmacht, niet door de prachtige tentoonstelling Katjongs in Colditz lopen zonder geÔnspireerd te raken. Zonder anderen te kort te doen, kan ik een steeds opnieuw opwellend gevoel van grote waardering, bewondering en trots eenvoudigweg niet onderdrukken. Ik citeer daarom ook graag, met respect, de in 1942 uitgegeven verklaring namens Hare Majesteit Koningin Wilhelmina:
‘Hoewel Hare Majesteit zich hoogstderzelver oordeel over de motieven van de Nederlandse militairen, die de belofte aflegden om niet meer tegen Duitschland te strijden wenscht voor te behouden, kan namens Hare Majesteit grote waardering voor hun standpunt worden kenbaar gemaakt aan officieren die de belofte niet afgaven.’
Hun heldhaftig optreden verdient ons volle respect en onze eeuwigdurende aandacht. Ik bedank een ieder, binnen en buiten Bronbeek, die de tentoonstelling Katjongs in Colditz, dit prachtige eerbetoon, mogelijk gemaakt heeft. Heel in het bijzonder natuurlijk dhr. Herman Keppy, mevr. Esther Wils en de aanwezige nabestaanden, die deze openingsdag met hun aanwezigheid zo bijzonder maken.
Een monument voor een groep dappere kerels, die met rechte rug en militaire eer overeind wisten te blijven in de nazistorm, die ons land en de wereld tot in zijn fundamenten deed kraken.
Dames en heren. ik heb in mijn toespraak ťťn aspect weggelaten. In de groep katjongs in Colditz zat een vreemde eend in de bijt. Eťn enkele manschap, stoker der tweede klasse Jan Willen de Lange van de Koninklijke Marine, weigert ůůk de eerewoordverklaring te ondertekenen. Aangezien alle andere weigeraars officieren waren, kwam hij, onbedoeld, samen met deze groep in Colditz terecht.
Colditz was echter een gevangenenkamp voor officieren. Zijn verblijf daar zou daarom van korte duur geweest zijn als de commandant van het Nederlandse krijgsgevangenendetachement, majoor Engles, daar niet met een list een stokje voor had gestoken. Hij maakte de Duitse bewakers wijs, dat Wim de Lange een adelborst (officier in opleiding) van de Koninklijke Marine was.
De smoes werd gekocht en Wim bleef een van de Colditz katjongs. Zijn technische kennis maakte hem tot een onvervangbaar lid van de ontsnappingsorganisatie. Daarmee leverde hij een essentiŽle bijdrage aan vluchtpogingen, maar het bezegelde ook zijn eigen lot. Als technische spil van de organisatie mocht hij zelf niet ontsnappen en kreeg hij de opdracht in krijgsgevangenschap te blijven.
Na de bevrijding weigert de Koninklijke Marine hem een opleidingsplaats, als ťchte adelborst, aan het Koninklijk Instituut voor de Marine. Er lijkt ook al geen echte waardering te zijn voor zijn heldhaftig optreden in het katjongteam en teleurgesteld verlaat Wim de militaire dienst. Hij weet uiteindelijk een succesvolle civiele loopbaan op te bouwen.
Wim overlijdt veel te vroeg op 56 jarige leeftijd. Van tastbare waardering voor zijn heldhaftige en doorslaggevende optreden is dus nooit sprake geweest.
 
(Kolonel van Dreumel richt zich tot de broer van Willem/Wim de Lange)
...'Mijnheer Philip de Lange.
73 jaar na de oorlog en dus veel te laat, heb ik echter de eer om, vandaag, met het grootst mogelijke respect, namens de Minister van Defensie, stoker der tweede klasse Jan Willem de Lange, postuum te mogen onderscheiden met het Mobilisatie Oorlogskruis. Daarmee uiting gevend aan de dankbaarheid van Nederland en het Nederlandse volk'.
-◊- Tentoonstelling Katjongs in Colditz

&&&&&&&&

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek    
  
  • mail: svvb1983@gmail.com
  •                                                              
    SVVB
     
     
     © SVVB