NIEUWS

 
 
Achtergrond info bij de lezing van Jan de Kleyn op 16 november 2016- De Polen (1e Onafhankelijke Poolse Parachutistenbrigade) en de Militaire Willemsorde  
geplaatst 27 nov
 
De Polen tijdens Market Garden
De Duitse invasie van Polen op 3 september 1939 betekent het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het Poolse leger leidt de ene nederlaag na de andere, slechts één legereenheid slaagt er in meer weerstand te bieden: het 21ste infanterie regiment bijgenaamd de ‘kinderen van Warschau’. Zij verdedigen de Poolse hoofdstad tot zij zich op 27 september moeten overgeven. Het regiment staat onder bevel van de dan 46 jaar oude toen nog kapitein Stanislaw F. Sosabowski. Hij is een kundig organisator. Nadat hij samen met zijn zoon ontsnapt uit Duits krijgsgevangenschap is hij betrokken bij het opzetten van het verzet.

 

foto wikiipedia

Van generaal Wladyslaw Sikorsky, de Eerste Minister van de Poolse regering in ballingschap krijgt Sosabowski de opdracht om naar Frankrijk te reizen. Op dat moment zijn daar ongeveer 500.000 Polen. Zowel Poolse vluchtelingen als Polen die al in Frankrijk werkten. Sosabowsky komt op 21 december 1939 in Parijs aan, waar hij vanaf dat moment deel uitmaakt van Sikorky’s staf. Het is zijn taak om legereenheden te vormen en een infrastructuur op te zetten om informatie en goederen aan het verzet in Polen door te geven.
 
De Duitsers vallen Frankrijk binnen en nadat op 22 juni 1940 een staakt het vuren is afgekondigd krijgt Sosabowski, dan onderbevelhebber van de nieuw gevormde vierde divisie, opdracht om met 300 man naar Engeland te varen. Na aankomst gaan ze per trein naar Schotland, vinden onderdak in Glasgow, en worden uiteindelijk overgebracht naar een groot legerkamp bij Biggar
 
De training van Poolse soldaten tot paratroopers begint. Op 4 oktober 1941 geeft premier Sikorsky persoonlijk zijn goedkeuring aan de oprichting van de 1e Onafhankelijke Poolse Parachutistenbrigade. Op dat moment bestaat deze uit 400 soldaten. Het uiteindelijke doel van de brigade is om Polen te bevrijden. Vanwege de voorbereidingen van de geallieerden op de invasie van Frankrijk in 1943 verliest zij echter haar volledige onafhankelijkheid: zij komen onder Brits bevel. Op 14 juni 1943 wordt Sosabowski bevorderd tot Generaal-majoor
 
Het Britse opperbevel onder leiding van Veldmaarschalk Montgomery heeft andere plannen met de Poolse Parachutistenbrigade. Het ziet een rol voor de Polen tijdens Market Garden. Aanvankelijk wil Sosabowski zijn mannen niet voor deze operatie inzetten, maar na beloftes dat zij daarna boven Polen mogen springen, stemt hij toe.
 
De bedoeling van de operatie is dat twee Amerikaanse en één Britse luchtlandingsdivisie een aantal essentiële bruggen in Nederland innemen, waarna een Britse Legerkorps oostwaarts Duitsland binnen zou trekken. De Poolse brigade zou de 1ste Britse Arborne divisie ondersteunen bij Arnhem. Op de derde dag van de operatie zouden de Poolse parachutisten ten zuiden van de Arnhemse brug, bij Elden, springen en indien mogelijk deze plaats veroveren en naar de oostkant trekken.
 
Sosabowski heeft grote bezwaren tegen het plan voor de Polen tijdens Market Garden. Ten eerste omdat de operatie over verscheidene dagen plaatsvindt zodat het verrassingselement verloren gaat. Verder waren de landingsplaatsen van de Engelsen te ver van de doelen. Bovendien is de Poolse brigade de enige groep die ten zuiden van de brug landt. Ook ziet Sosabowski het niet zitten dat tijdens de kwetsbare landing meteen gevochten moet worden. Tot slot zullen de Polen in eerste instantie van hun zware wapens gescheiden zijn omdat deze op de eerste dag bij de Engelsen gedropt worden aan de noordkant van de Rijn. Sosabowski vindt weinig steun onder de Britse officieren voor zijn bezwaren.
'.....Niet alleen tegenslag door de weersomstandigheden, waardoor dropping-uitstel noodzakelijk geacht werd, ook ontstond kort na de start via de radio een misverstand waardoor er van de 114 kisten 41 omkeren. Hoewel van de resterende vliegtuigen een paar hun containers met voorraden verliest, is de vlucht verder zonder bijzonderheden........  zie
Direct na het begin van operatie Market Garden, op 17 september 1944, gaan al veel dingen mis. Het verzet van de Duitsers is veel heftiger dan verwacht. Een deel van de Poolse brigade, met de zware wapens in zweefvliegtuigen, komt op 19 september bij de Johannahoeve, ten noorden van Oosterbeek, midden in zware gevechten tussen de Engelsen en de Duitsers terecht. Hierdoor gaat veel materieel en mankracht verloren. Daarna gooit slecht weer bij Engeland roet in het eten: de hoofdmacht van de brigade vliegt pas op 21 september.
 
Veerpont
Toen deze parachutisten eindelijk aankwamen, waren alle landingsterreinen in Duitse handen en waren de resterende Britse troepen bijeen gedreven in Oosterbeek.
Daarom besloot het opperbevel om de Polen te laten landen bij Driel op de zuidoever, waar een veerpont zou zijn. Sosabowski is echter furieus omdat er geen enkele concrete informatie voorhanden is over de eigenlijke situatie ter plaatse. Hij vraagt zelfs om bevelen die zwart op wit staan. Deze krijgt hij, inclusief een bevestiging dat de landingszone dezelfde is en dat de veerpont er nog is. De Polen landen onder zwaar vuur. Het is een wonder dat niemand geraakt wordt. De angsten van de Poolse generaal worden waarheid: zij bevinden zich midden tussen de vijanden, zonder zware wapens en met slechts 65 % van de brigade. Bovendien blijkt de veerpont weg te zijn. Kortom: het zit de Polen tijdens Market Garden niet mee.

beeld: wikipedia

   
(.....De veerboot blijkt er niet te zijn. De veerman Peter Hensen wil niet dat het veer in Duitse handen valt omdat hij bang is dat ze het gebruiken om troepen over te zetten voor deelname aan de strijd. Om die reden besluit hij op de avond van de 20ste september om de gierkabel waaraan het veer vastzit, door te kappen. Het veer wordt onbruikbaar en drijft weg naar het westen. Geen gierpont, een opgeblazen spoorbrug en de verkeersbrug in Arnhem in Duitse handen, er is geen mogelijkheid meer om de rivier over te steken. Dat is de situatie op de avond dat de Poolse para’s nog wachten op hun vertrek naar de strijd....(zie #Polen in beeld)
 
Sosabowski besluit dezelfde avond nog om onder dekking van de duisternis met behulp van rubberbootjes troepen over te brengen. De pogingen om de Rijn over te steken slagen slechts gedeeltelijk door intensieve beschietingen door de Duitsers vanaf de hoge oeverwal bij de Westerbouwing op de noordoever. Ongeveer 200 soldaten halen de overkant terwijl tientallen van hun kameraden sneuvelen. Bovendien zijn de Duitsers nu gewaarschuwd zodat een volgende oversteek nog gevaarlijker is.
 
Valburg
Daarom probeert Sosabowski tijdens de zogenaamde ‘Valburg conferentie’ op 24 september om de andere commandanten ervan te overtuigen de Rijn enkele kilometers naar het westen over te steken. Daar is de Duitse verdediging namelijk minder sterk. Zo kan de bijna omsingelde Britse Airborne divisie ontzet worden. De Engelse bevelhebbers houden echter vast aan de oversteekplaats bij Driel.
In de avond van 24 september wagen de Dorsets van de 43e Divisie van het Britse 30e Legerkorps, het Britse landleger, nog een oversteek. Deze mislukt omdat de Duitsers nog steeds de oversteekplaats onder vuur nemen. Uiteindelijk worden in de nacht van 25 op 26 september de resterende Britse en Poolse troepen vanuit Oosterbeek over de Rijn geëvacueerd.
 
De Slag om Arnhem was voorbij, maar voor de Polen had de nederlaag nog meer kwalijke gevolgen.
 
In december 1944 wordt Generaal-majoor Sosabowski per direct het bevel ontnomen over de eerste Poolse zelfstandige parachutistenbrigade. Montgomery zendt een boodschap naar zijn superieuren dat de Poolse soldaten slecht vochten en niet ver genoeg wilden gaan. Hij wil ze niet langer onder zijn bevel hebben. Het lijkt erop dat zijn kritische houding voor en tijdens operatie Market Garden Sosabowski en de andere Polen tot de ideale zondebok maakte van de mislukking. Montgomery negeert opzettelijk de offers van de Polen tijdens Market Garden.
 
Na de oorlog was het gevaarlijk geworden voor veel Polen om naar hun vaderland terug te keren omdat het nieuwe communistische regime hen als een bedreiging beschouwde. Velen zijn in gevangenissen en heropvoedingskampen terechtgekomen of zijn zelfs geëxecuteerd als verraders. Anderen bouwden een nieuw leven op elders in Europa. Sosabowski werkte tot zijn dood in 1967 in Engeland als fabrieksarbeider. Negen- en zestig soldaten van de Poolse brigade gaven hun leven tijdens de Slag om Arnhem. Zij kwamen nooit thuis. Hun graven zijn terug te vinden op de oorlogsbegraafplaats in Oosterbeek. Vaak begraven als ‘onbekende’ soldaten omdat niet alle lichamen zijn gevonden.
 
Eerherstel in 2006
In 1946 vroeg koningin Wilhelmina de minister-president de mogelijkheid te onderzoeken om aan 10 Poolse parachutisten een Nederlandse dapperheidsonderscheiding toe te kennen. Het antwoord was kort en niet mis te verstaan. Toekenning werd niet opportuun geacht. Aangenomen mocht worden dat deze afwijking meer te maken had met de gewijzigde diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Polen en de Oostbloklanden in het algemeen. Na de conferentie van Yalta stelde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Van Kleffens voor om de Voorlopige Poolse regering op basis van de afspraken van de Grote Drie te erkennen. Hij kon koningin Wilhelmina daar niet onmiddellijk van overtuigen. De koningin achtte de – dan noodzakelijke – eenzijdige verbreking van de diplomatieke betrekkingen met de Polen in Londen onjuist. In zijn reactie stelde Van Kleffens dat Nederland zich door de houding van de grote mogendheden moest laten leiden en dat het nationale belang daarbij voorop stond. Bovendien mochten de kwetsbare betrekkingen met de Sovjet Unie niet worden geschaad. Het ging daarbij met name om het lot van in Polen verblijvende landgenoten en ook om economische belangen (vestiging van Philips in Warschau). Van Kleffens noemde de Poolse regering in Londen “halsstarrig”. Op 6 juli 1945 ging zij akkoord met de erkenning van de Voorlopige Regering in Warschau. In de tussenliggende jaren werden door individuele burgers en vooral het Comité Driel Polen in de vorm van verzoekschriften aan de Koningin enige pogingen ondernomen en ook Prins Bernhard zette zich tot op het laatst in voor de Poolse Brigade.
 
In 1999 maakt onderzoeksjournalist #Geert Jan Lassche, een radiodocumentaire over #Cora Baltussen die in september 1944 Poolse gewonden verzorgde in Driel en sindsdien altijd in contact met hen is gebleven. Zij geeft aan dat de Polen na de oorlog nooit een officiële erkenning hebben gekregen in de vorm van een onderscheiding.
Dit laat Geertjan niet los en hij besluit een TV–documentaire te maken over de rol van de Polen in de slag om Arnhem en de achtergronden van het achterwege blijven van een onderscheiding.
Tijdens zijn research komt Geertjan erachter dat koningin Wilhelmina het ministerie van Defensie in 1946 heeft verzocht een ´tiental dapperheidsonderscheidingen toe te kennen aan de Polen´. Ook heeft ze met die intentie een brief van Cora Baltussen uit 1961 doorgestuurd naar het ministerie.
2004: Poolse veteranen met in hun midden Cora Baltussen die aan de wieg stond van de herdenkingen en streed hoor het eerherstel van 'haar' Polen. In 1944 verpleegde ze gewonde Poolse soldaten. Ze overleed in 2005, kort voor het officiële eerherstel dat de Poolse veteranen alsnog ten deel viel.

(Foto Stichting Driel-Polen)

   
Pas in 2005 werd de grote inzet van de Polen tijdens Market Garden officieel erkend.
Uit de onderzochte dagboeken en verslagen valt af te leiden dat de parachutistenbrigade en met name de delen die kans hebben gezien de rivier over te steken om vervolgens op de noordelijke oever deel te nemen aan de gevechten, dit ondanks hun gebrek aan gevechtservaring, hebben gedaan met grote vasthoudendheid en inzet.
 
De Nederlandse regering kende aan Generaal-majoor Sosabowski de Militaire Willems-orde en de Bronzen Leeuw toe. Die laatste onderscheiding is een onderscheiding voor zeer grote moed. De postume uitreiking vond op 31 mei 2006 plaats.
   
Die erkenning ging niet zonder slag of stoot
Tijdens het begrotingsdebat in de Tweede Kamer op 25 november 2004 met minister van Defensie Kamp werd de slepende kwestie van de - officiële - erkenning van de belangrijke rol van de 1e Poolse Parachutisten Brigade eindelijk vlot getrokken. Directe aanleiding was eerdergenoemde documentaire van de Evangelische Omroep (Geert-Jan Lassche) die op 15 september 2004 werd uitgezonden. Nog geen week later werden door de leden Timmermans en Van Baalen aan de minister-president, de minister van Algemene Zaken en de minister van Defensie Kamervragen over deze kwestie gesteld. Wat jarenlang ondanks grote inzet maar niet wilde lukken, kon nu opeens wel, dankzij de media en een aantal politici. De oorzaak van de regeringsterughoudendheid was een ministerraadsbesluit uit 1952 dat niet (meer) toestond dat nog aanvragen voor dapperheids- onderscheidingen voor moedige daden uit de Tweede Wereldoorlog werden ingediend. Tot 2004 zou deze patstelling voortduren. Toen raakte de zaak in een stroomversnelling.
 
In de documentaire van de Evangelische Omroep in het actualiteitenprogramma Netwerk werd het 60-jarig bestaan van operatie Market Garden herdacht. Daarin werd vooral aandacht besteed aan de bijdrage van de Poolse militairen aan dit treffen, in het bijzonder het aandeel dat de 1e Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade daarin had. Daaruit bleek dat Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard herhaalde malen de wens hadden uitgesproken tot het officieel erkennen van de rol van de 1e Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade in het najaar van 1944. Echter, zonder resultaat. De uitzending had belangrijke gevolgen . In de film werd onder meer opnieuw duidelijk dat het voorstel om – direct na de oorlog – 10 Poolse parachutisten een Nederlandse onderscheiding te verlenen, niet ten uitvoer was gebracht. Geprobeerd werd de eenheid en de commandant in de vorm van een verlaat eerherstel alsnog te eren. De wens werd in de uitzending door prins Bernhard krachtig gesteund.
 
Naar aanleiding van de documentaire stelden de Kamerleden Timmermans en Van Baalen de hierboven genoemde schriftelijke vragen aan de minister van Defensie. In een Kamerbreed gedragen motie werd gevraagd de mogelijkheden te onderzoeken of, en zo ja welke, onderscheidingen postuum konden worden toegekend aan de Poolse veteranen en hun commandant. Aan het ministerraadsbesluit uit 1952 moest zo nodig voorbij worden gegaan, aldus de vragenstellers. De onderstaande discussie over “de Poolse kwestie” leidde er toe dat de minister uiteindelijk de Kamerbreed gedragen motie uitvoerde.
 
Minister Kamp reageerde op de ingediende motie waarin hem gevraagd werd het Kapittel der Militaire Willemsorde advies te vragen over de postume verlening van een MWO aan Sosabowski. Hij had het advies niet nodig, want hij was niet van zins af te wijken van een besluit van de ministerraad uit 1952, die dat in de weg stond. Hij vond het niet verstandig om de motie uit te voeren en zei dat de Poolse brigade al genoeg waardering kreeg, wanneer de traditiekamer van de Poolse brigade namens het Nederlandse volk een plaquette werd aangeboden. Een dergelijke vorm van waardering lijkt hem voldoende. Kamerlid Van Baalen (VVD) vond dat niet voldoende en vroeg de minister er nog eens goed over na te denken. De minister bleef tegensputteren en herhaalde nog maar eens zijn argumenten. Toen stelde het Kamerlid Herben (LPF) iets anders voor. Kon de eenheid die de traditie van de brigade voortzette niet in het zonnetje worden gezet door een lint of iets dergelijks op het vaandel te spelden? De minister wilde daar graag over nadenken. Het Kamerlid Timmermans (PvdA) begreep de halsstarrige houding van de minister niet. Even later zwichtte hij en zei toe het Kapittel der Militaire Willems-Orde advies te zullen vragen. Een paar maanden later toen het advies was uitgebracht bleek de suggestie van Herben een schot in de roos te zijn.
 
Het advies aan de minister van Defensie werd binnen drie maanden door het Kapittel der Militaire-Willemsorde uitgebracht. Het Kapittel komt tot de volgende conclusie:
Dat uit de onderzochte dagboeken en verslagen valt af te leiden dat de brigade en met name de delen die kans hebben gezien de rivier over te steken om vervolgens op de noordelijke oever deel te nemen aan de gevechten, dit ondanks hun gebrek aan gevechtservaring hebben gedaan met grote vasthoudendheid en inzet. Op diverse plaatsen hebben daarbij jonge commandanten durf en beleid ten toon gespreid en moeten individuele militairen zich zodanig moedig hebben gedragen dat zij in aanmerking zouden zijn gekomen voor een dapperheidsonderscheiding.
De toekenning van een aantal dapperheidsonderscheidingen was dan ook op zijn plaats geweest, zoals dat ook is gebeurd bij militairen van de 1e Poolse Pantserdivisie. Omdat het nu niet meer mogelijk is de moedige daden van individuele militairen vast te stellen en hiervoor te decoreren kan het niet tot uitvoering gebrachte voornemen uit 1946 tot decoratie van 10 militairen nu uitsluitend worden gerealiseerd door een collectieve onderscheiding aan de veteranenorganisaties van de brigade of de eenheid die de tradities voortzet”. Met de verlening van de Militaire Willems-Orde aan de 6th Polish Air Assault Brigade, die als opvolger van de oorspronkelijke brigade kan worden beschouwd, werd de suggestie van het Kamerlid Herben bewaarheid.
 
Poolse militairen vochten op een aantal fronten voor de bevrijding van Europa. Zo ook de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade. De strijd rond Arnhem was heftig en kort en liep slecht af voor de Geallieerden. De 1e Poolse Pantserdivisie en de vliegers van het 303e Royal Air Force Squadron en andere Poolse piloten, hadden ook een belangrijk aandeel in de eindoverwinning. Er was echter een verschil: zij boekten successen. De Poolse vliegers vochten zelfs mee in de verdediging van Engeland. Het betekende dat de Poolse parachutisten al direct op achterstand kwamen. Voorts kon Sosabowski het niet goed vinden met de Britse commandanten. Urquhart uitgezonderd.
 
Kort na de oorlog was er nog wel belangstelling voor onze bevrijders, maar al snel begon de wederopbouw en moesten de handen aan de schop. In Nederland was nog aan van alles gebrek en dan heb je minder aandacht voor de bevrijders, hoe onterecht dat overigens ook mag zijn. Zelfs de persoonlijke bemoeienis van Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard legde te weinig gewicht in de schaal. De politieke wil ontbrak en dan houdt alles op. Zoals gebleken wilde de minister van Defensie aanvankelijk niet toegeven. Maar toen was de media-aandacht al zo ver doorgeschoten dat er geen redden meer aan was. De berichtgeving in deze kwesties is dikwijls nogal zwart-wit gericht en het ontbreekt nogal eens aan een genuanceerd standpunt. Een gunstige uitzondering was het Comité Driel-Polen dat zich al die jaren voor “hun” Polen bleef inzetten. Het verzoekschrift aan de Koningin uit 1961 getuigde van een scherp inzicht in deze kwestie, waarin op grond van gefundeerde en redelijke argumenten de Poolse “zaak” werd bepleit. Alleen beschikten zij niet over de politieke drukmiddelen en de aandacht van de media die anderen wel weten te mobiliseren.
 
-◊- Scenes showing elements of 1st Airborne Division in action west of Arnhem at Wolfheze, Renkum and
       
Oosterbeek.Army film
-◊- Polen in beeld - dossier Driel
-◊- Generaal-Majoor Stanisław Franciszek Sosabowski (1892-1967)
-◊- The generals honour in 5 delen
-◊- Radio docu over Poolse parachutsiten brigade en generaal Sosabowski
-◊- UItreiking Militaire Willemsorde Poolse parachutisten Sosabowski
-◊- Stiwot Forum
-◊- Historisch besef bij opleiding nieuwe aanwas luchtmobiele brigade
-◊- Polen tijdens Market Garden
-◊- Veteraan Poolse Parachutistenbrigade vertelt zijn ervaringen
-◊-De rol van de Poolse troepen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 1e Zelfstandige Poolse Parachutistenbrigade
     tijdens de Operatie Market Garden (sept 1944) Helden of Lafaards
   (pdf) 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek 
     
mail: svvb1983@gmail.com

 

SVVB
 
 
@ SVVB