NIEUWS
 
Donderdag 3 november overleed de heer Ottevanger (aoo bd) . Hij werd 101 jaar oud.
geplaatst 4 november 2016
 
Cornelis Willem Ottevanger overleed 3 november 2016 in zijn slaap. Hij was de oudste bewoner van Bronbeek.
Hij behoorde tot de laatste generatie oud-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger( KNIL)
Adjudant Ottevanger werd op 13 augustus
1915 geboren in Tjimahi op Java als zoon
van een naar IndiŽ vertrokken Nederlandse
boer, die had getekend voor het koloniale
leger.
Zelf tekende hij in 1934 voor het KNIL.
Tijdens de Japanse bezetting van
Nederlands-IndiŽ
1942-’45 geraakte hij als KNIL militair  in
krijgsgevangenschap op Celebes.
Na de Japanse capitulatie meldde hij zich weer voor de dienst. Als gevolg van de liquidatie van het KNIL op 26 juli 1950 vervolgde hij zijn militaire loopbaan bij de Koninklijk Landmacht (KL). In september 1950 vertrok hij definitief uit IndiŽ naar Nederland met de ‘Fair Sea’. Hij diende als beroepsmilitair bij de KL tot zijn eervol ontslag uit de dienst in 1957
 
Hella, Gonda en Geertje hebben de heer Ottevanger vorig jaar in het tehuis geÔnterviewd. (aangevuld met stukjes uit het boek dat hijzelf ter lezing meegaf: 'Guerrilla in Mori' Het verzet tegen de Japanners op Midden Celebes van Michiel Hegener. Goed dat hij dit deed want daardoor leerden we hem iets beter kennen).....
 
Een bijzondere man een bijzonder leven:
 
…….. Tot 2 jaar geleden heeft hij de computer nog gebruikt. hij mailde mensen waarom ze hem geen mailtje terug stuurden.....
 
Cornelis Willem Ottevanger, op 13 augustus 1915 op Java, Tjimahi, een stad nabij de Javaanse hoofdstad Bandung geboren. Zijn vader is 81 jaar oud geworden. Zijn broer werd 72 en zijn zus 96 jaar. Zijn moeder heeft hij nooit gekend. “ik ben grotendeels opgevoed door het Leger des Heils“
 
Hij vertelt over zijn kinderjaren: “We liepen altijd op blote voeten door de sawa’s. Zelfs voetballen werd gedaan op blote voeten. Alleen als we naar school gingen hadden we schoenen aan". Vervoer naar school: op de rug van een karbouw”
 
Ottevanger behoort tot de laatste generatie oud-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL).
Hij tekende in 1934 voor het KNIL. Zijn vader raadde hem af naar Nederland te gaan ... koud kikkerland ...Toch ging hij.
Na zijn dienstplicht betekende de beroepsdienst zes jaar brood op de plank. “In 1938 werd hij sergeant in Manado, de hoofdstad van Noord-Celebes. “Ik leidde inheemse milities in hun eigen taal op. Maar toen de Jappen aanvielen, trokken zij allemaal hun groene kleren uit. Weg waren ze. Ineens was ons leger van 600 man gehalveerd, tegenover 38.000 Japanners".
"We verwachtten ze vanuit zee, recht voor ons, maar ze kwamen van links en rechts. Een verbinding met Java was er niet, we hadden bamboehelmen op, er was geen proviand of munitieaanvoer. We kenden geen angst, maar we wisten dat we kansloos waren. We trokken ons terug in de bergen”.
 
Uit het boek van Michiel Hegener – 'Guerrilla in Mori' Het verzet tegen de Japanners op Midden Celebes : blz 66 en 67 eind febr. 1942:
 
De Japanners wisten de groep waarin Ottevanger zat in tenminste twee delen uiteen te slaan…
 
……………………”De hoofdmoot bestond uit alle miliciens (dienstplichtigen) -op-twee-na en de sergeanten Ottevanger, Hollenberg en GrŲnloh. Laatstgenoemde herinnert zich: 'Het was daar nogal begroeid, en we zaten met de hele hap in het riet. Er waren geen gewonden, maar sergeant-majoor Eerkens en luitenant Van Daalen waren we kwijt. Na de beschieting was de leiding ineens weg! Niet dat wij zulke helden waren, maar we zaten tenminste nog op onze plek.. We zijn toen door de begroeiing naar de kust gekropen. Waar we naartoe moesten wisten we niet, we waren aan ons lot overgelaten. We zeiden toen: jongens, wat doen we? Die miliciens (dienstplichtigen) wonen hier eigenlijk allemaal in de buurt, dus we zeiden tegen ze: lever je wapens maar in en ga maar naar huis. Dat de Togian (boot) nog terug zou komen wisten we niet, maar Hollenberg, Ottevanger en ik wilden wel oversteken naar Poso, naar onbezet gebied. Wij hebben toen eerst al die ingeleverde karabijnen en klewangs in een bootje gedaan en dat laten verzuipen. Daarna zijn we met z'n drieŽn op een prauw — met een zeiltje en peddels — naar Poso vertrokken. Maar dat lukte niet, we zijn omgeslagen. Hebben we eerst op die omgekeerde boot gezeten, later hebben we hem kunnen omdraaien. Na drie dagen zagen we land. Ik zei: ik spring overboord en ik zwem naar de kust. Hollenberg heeft toen een klap op mijn kop gegeven, zodat ik verder bleef liggen. Haha! Daar ben ik hem nog dankbaar voor, want het was veel te ver om te zwemmen.., Kort daarna zijn we aan land gespoeld, en gaan lopen naar kampong Taloetoe. Daar zijn we door inheemsen ingerekend, aan de palen onder een huis vastgebonden, en daarna gebonden in een prauwtje achter een motor naar Gorontalo gebracht. In Gorontalo zijn we in de gevangenis gestopt, en later aan de Japanners uitgeleverd”.……………………….
 
Ottevanger: “Ik kwam in krijgsgevangenschap terecht. DrieŽnhalf jaar veel slaag en weinig eten. Later ben ik via Biak, Makassar, Soerabaja en Batavia naar Nederland gegaan. Ik heb me gevestigd in Veghel, waar mijn kinderen zijn opgegroeid en mijn vrouw is overleden. (Kinderen: 6 – 1 dochter, 5 zoons. 12 kleinkinderen 24 achterkleinkinderen”
Zijn vrouw overleed in 1983. 71 jaar oud. Het echtpaar Ottevanger ging na zijn pensionering elk jaar in de koudste 3 maanden van Nederland, naar Spanje.
 
Zijn vrouw wilde niet terug naar IndonesiŽ .. Hij wel. Hij heeft zelfs gedacht aan emigreren.
Na het overlijden van zijn vrouw ging hij niet meer naar Spanje maar ging vaak langere tijd gedurende de wintermaanden naar Indonesie. De eerste jaren alleen, later met een vriendin.
 
‘Indisch ben ik me altijd blijven voelen. Ook nu nog, hier in Bronbeek.’
We vroegen hem of hij het bijzonder vond om 100 jaar te zijn. Hij antwoordde, dat hij niet snapt waar al die jaren gebleven zijn. Laat een foto zien uit zijn diensttijd in IndiŽ .. iedereen overleden, alleen hij niet ..
 
Nadat IndonesiŽ in 1950 onafhankelijk werd, vervolgde Ottevanger zijn militaire loopbaan bij de landmacht tot zijn eervolle ontslag in 1957. De tradities van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger zijn voor een deel overgenomen door 12 infanteriebataljon (Air Assault) Regiment van Heutsz van 11 Luchtmobiele Brigade.
 
De heer Ottevanger woont sinds 2002, met een onderbreking van 3 jaar, in Bronbeek.
Ottevanger draagt vijf onderscheidingen, deels uit zijn diensttijd in IndiŽ: het Ereteken voor Orde en Vrede voor zijn na-oorlogse inzet (1945-’48), een zilveren medaille voor 24 jaar Langdurige Trouwe Dienst, de Vaardigheidsmedaille van het Nederlandsch Indische Leger, de Schietprijs van het KNIL (model na 1936) en het Kruis van de Koninklijke Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding voor betoonde marsvaardigheid (het Vierdaagsekruis).
 
Bij zijn tweede opname in Bronbeek in 2005 schreef hij in het bewonersblad van het tehuis: “Ik zit inmiddels alweer een lange tijd in Bronbeek, alhoewel hardhorig, toch redelijk gezond en hoop zodoende en met Gods hulp en de liefdevolle zorg van het verplegend personeel het toch nog even vol te houden"
 
We vragen hem hoe zijn dag eruit zien Hij antwoord: “ eten slapen en naar bed gaan”. Hij staat om 6.30 op en gaat om 20.00 uur naar bed. Hij leest graag een boek. De tv slaat hij liever over.
 
We vragen hem of hij spijt heeft dat hij naar Nederland is gekomen... dan is het een tijdje stil......” Aan de ene kant wel”... peinst hij ... ‘IndonesiŽ is zoooo’n mooi land .. Het regent hier ook, maar anders ...”
Hij heeft zelfs serieus overwogen zich daar te vestigen. Door het overlijden van zijn vriendin en de goede gezondheidszorg in Nederland, zijn kinderen en kleinkinderen, heeft hij ervan afgezien.. Maar zijn hart ligt heel duidelijk in “Indie” zoals hij het nog steeds noemt.
 
We vragen hem ook naar welke foto’s hij het liefst kijkt ... Vol overtuiging zegt hij “de Indische foto’s van Gorontalo boven Menado”
     
 

 

 

Foto's gemaakt door Hella

 
Ottevanger zat op Midden Celebes tot eind febr 1942. Daarna kwam hij in krijgsgevangenschap. Het verhaal hieronder gaat verder dan zijn gevangenneming.
 
Indisch Historisch:
Bron: Michiel Hegener, Guerrilla in Mori. Het verzet tegen de Japanners op Midden-Celebes in de tweede wereldoorlog.
 
De eerste Japanse landingen waren aan de oostkust van het olierijke Borneo (Kalimantan) en aan de noordkust van de Minahasa op Noord-Celebes. En het is snel gegaan: half februari 1942 was een groot deel van Celebes in Japanse handen gevallen. Het midden van het eiland bleef na de capitulatie korte tijd nog onder Nederlandse controle doordat een groep Nederlanders er nog wilden doorvechten. Journalist en schrijver Michel Hegener wijdde er eind jaren tachtig een aantal artikelen aan in NRC Handelsblad en bracht in 1990 een monografie uit, Guerrilla in Mori. Het verzet tegen de Japanners op Midden-Celebes in de tweede wereldoorlog.
 
Wat meteen opvalt aan de vorm van het eiland Celebes is de zeer lange kust, die het gebied extra kwetsbaar en moeilijk verdedigbaar maakte tegen de Japanse invasie. De vijand had de kusten en landingsplaatsen als het ware voor het kiezen. Met de dreiging van een nederlaag in het vooruitzicht had de legerleiding in januari 1942 luitenant-kolonel A.L. Gortmans naar het eiland gezonden om Nederlandse militairen, maar vooral inheemse soldaten, te helpen voorbereiden op het voeren van een guerrillaoorlog. Maar het verliep totaal anders omdat het hem niet lukte een guerrilla te organiseren. Nogal wat gerekruteerde IndonesiŽrs deserteerden voordat er strijd was geleverd. Gortmans redde het niet en gaf zich eind maart 1942 over en werd naar Makassar op Zuid-Celebes afgevoerd. Die regio was namelijk al in vijandelijke handen gevallen. Gortmans werd op 6 april 1944 gefusilleerd door de Japanners omdat hij in de bres sprong voor van spionage en verzet beschuldigde Nederlanders en IndonesiŽrs. Terug naar januari 1942 zien we dat de commandant van Midden-Celebes, majoor B.F.A. SchilmŲller de geregelde strijd in de Minahassa aan het verliezen was. Hij riep de resten van zijn eenheden (ongeveer 1500 man) op een guerrillastrijd te voeren. Maar deze troepen versnipperden al gauw en konden geen effectieve guerilla beginnen. SchilmŲller zelf had ook geen succes en arriveerde rond 21 februari in de streek ten oosten van Gorontalo, ten zuidenwesten van de Minahassa. Hij wilde verder gaan naar Midden-Celebes, de streek rond Poso. De situatie in en rond Gorontalo veranderde namelijk in hoog tempo dramatisch in het nadeel van de Nederlanders. De Nederlands-Indische troepen vielen rap uit elkaar. Zo had de lokale stadswacht besloten met de Japanners mee te doen en slaagde erin 33 man van de Menadonese Militie Compagnie gevangen te nemen. Eerder waren tientallen manschappen gedeserteerd. Een van de personen die met de vijand meedeed was de ex-foerier van de compagnie Ratambanua. Deze zou nog een opmerkelijke rol spelen later in de strijd.
 
Het midden van Celebes was nog niet aangevallen maar had in januari al een bombardement meegemaakt. Een deel van de stad Kolonodale stond toen in brand. De verwachting was dat een aanval van de vijand vanuit zee zou volgen. Maar na de algehele capitulatie op 8 maart was er in de verste verten nog geen Japanner te bekennen in of rond Kolonodale. Na het bombardement in januari volgde evacuatie van de burgerbevolking naar de kampongs in het achterland en bleef een verdediging van ongeveer 60 (!) man achter. Op dat moment had niemand enig idee van de omvang van de Japanse invasiemacht.
In Kolonodele waren de luitenants J.A. de Jong en W.H.J.E. van Daalen de hoogste bevelvoerende militairen. Zij hadden op 6 maart de inheemse militiesoldaten al naar huis gestuurd en oriŽnteerden zich op een nieuwe strategie. Majoor SchilmŲller was op 24 februari in Poso aangekomen en hoopte de verdediging te reorganiseren en de Japanse opmars te stuiten of te vertragen. Echter de realiteit deed hem beseffen dat de strijd in het voordeel van de Japanners ging uitvallen. Hij was er bang voor dat de Japanners zich zouden afreageren op de Europese inheemse burgerbevolking. Om dat te voorkomen vertrok hij rond 23 maart 1942 naar Menado om zich bij de Japanners te melden en hun instructies af te wachten. Hij seinde naar Poso en Kolonodale dat hij bezig was de voorwaarden rond de overgave te bespreken en riep De Jong en Van Daalen op nadere instructies af te wachten. Zij wachtten intussen met hun groep van ongeveer 125 man. Echter luitenant De Jong besloot in actie te komen nadat hij had vernomen dat Van Daalen zijn wapens had ingeleverd bij de deserteur Ratambanua. Deze laatste zou als een soort ‘gezant’ van de Japanners de taak hebben de capitulatie op Midden-Celebes af te handelen in afwachting van de hoofdmacht. Het zenden van een deserteur was niet direct een uiting van Japans respect voor hun militaire tegenstanders. De Jong slaagde erin de afgegeven wapens weer in bezit te krijgen en nog enkele Nederlandse soldaten uit internering te bevrijden. Het markeerde het begin van een guerrilla op Midden-Celebes.
 
Het verzet in de streek Mori;
De 22-jarige sergeant J. Klinkhamer had direct na de capitulatie al de drang door te gaan met de strijd. Het gebied dat ongeveer samenviel met het voormalige koninkrijk Mori, tussen Poso en Kolonodale, was erg geschikt vanwege zijn dichte begroeiing. En er was voedsel genoeg en de lokale bevolking was op Nederlandse hand. De groep van De Jong en Van Daalen trok zich terug op Tentena in een leeg huis van een zendeling. Klinkhamer zag de strijd eenvoudig als een afwisseling van korte aanvallen en zich snel terugtrekken in de heuvels totdat de Geallieerden waren teruggekeerd. De eerste confrontatie was in de eerste helft van april met een groep van 50 Japanse soldaten, die er op uit waren gestuurd om De Jong en Van Daalen op te pakken. Dat eerste gevecht eindigde in het voordeel van de KNIL’ ers en de vijand trok zich terug, maar kwam daarna met ongeveer 100 man. Weer lukte het de Japanners niet om de groep te overmeesteren. De Jong en Van Daalen splitsten zich in twee groepen en waren actief in respectievelijk het gebied ten oosten van Poso en rond Kolonodale. De twee hoofdgroepen splitsten zich vervolgens op in weer kleinere groepjes, die zelfstandig opereerden. In de eerste helft van mei boden de Japanners onderhandelingen aan; daarbij hadden ze een brief van majoor SchilmŲller bij zich die hen opriep zich over te geven. De Jong wilde echter niet dit bevel van een krijgsgevangene opvolgen. Het verzet slaagde erin een brug te vernielen op de route van Poso naar Kolonodale en een paar keer werden Japanse colonnes beschoten. Gezien de lichte bewapening in de vorm van pistolen en geweren waren grotere acties dan dit soort speldenprikken niet mogelijk. De Jong lukte het om met een radiozender de Geallieerden in AustraliŽ te bereiken. Dat leidde inderdaad tot dropping van goederen op 15 juli, maar deze zijn waarschijnlijk in vijandige handen gekomen. Eerder was vanuit AustraliŽ eind juni een party (de party Lion) gezonden en geland, maar werd overmeesterd door de Japanners. Daarbij werd ook de Nederlandse luitenant R.T. van Hees gevangen; alle leden van de groep zijn terechtgesteld. Later bleek deze hulp niet passen in een strategie om Celebes te heroveren, maar was eerder sprake van een humanitair motief en als morele ondersteuning bedoeld.
Intussen voerden de Japanners steeds meer versterkingen aan richting Midden- en Zuid-Celebes. De groepen van De Jong en Van Daalen werden gestaag gereduceerd na confrontaties met de vijand. Deserties en overmeestering kwamen daar nog eens bij. De Jong en Van Daalen werden teruggedreven naar Kolonodale. Toch heeft de guerrilla in Mori veel succes gehad tegen de vijand. Het meest memorabel hier te vermelden is het gevecht in Salenda op 7 juli 1942. Het was een gebied met ladang (landbouwvelden) en wat kamponghuisjes. De groep was ongeveer 25 man groot en kon het voordeel van de verrassing hebben. Echter, eerder op 4 juli had luitenant De Jonge besloot zich koest te houden toen hij vernam dat een groep (Japanners naar hij dacht) naderde; dit tot ergernis van sergeant Klinkhamer die een directe aanval succesvol achtte.
 
Het blijft volgens Michiel Hegener speculeren waarom de officier niet tot actie overging. Kort daarna op 7 juli volgde een confrontatie met de vijand in Salenda. De bevolking was inmiddels geneigd de Japanners te helpen en briefden de aanwezigheid van de Nederlanders door. De vijand besloot drie voertuigen te sturen met 35 man voorzien van geweren, automatische wapens en mortieren. Het gevecht brak los tussen de groep van 45 Nederlanders en de al aanwezige Japanners. Het konvooi van drie voertuigen was al bijna in de buurt, maar deze groep aarzelde het bos in te trekken uit angst voor verrassingsaanvallen. De Japanners leden met tientallen doden flinke verliezen; volgens getuigen waren de drie voertuigen geheel gevuld met lijken. Deze werden vervolgens verbrand met benzine. Het gevecht had de eerste dag geduurd tot negen uur ‘s avonds en de volgende ochtend van zes tot negen uur. De KNIL’ ers hadden het zelf ook moeilijk gehad; ze hadden tegen een overmacht gevochten en moesten zich snel terugtrekken omdat ze nu omsingeld raakten. Niet alle leden van de groep lukte het te ontsnappen; sommigen gaven zich over. Eťn man had zichzelf door het hoofd geschoten.
Maar de Japanse opmars en overmacht waren onvermijdelijk, zodat begin augustus het einde van de guerrilla zich begon af te tekenen. De vijand had ook nog eens honderden bewoners ingezet in hun zoekacties naar de rebellen. Moegestreden vielen De Jong en Van Daalen op 9 augustus 1942 in handen van de Japanners. De gevangenen werden in Kolonodale gevangen gezet in de kazerne. Verhoren en mishandelingen volgden. Sergeant Klinkhamer wist als enige uit handen van de vijand te blijven. De luitenants De Jong en Van Daalen zijn naar Menado overgebracht en geŽxecuteerd op 25 augustus 1942. De leden van de party-Lion werden op 14 en 15 september 1942 onthoofd. Sergeant Klinkhamer hield zich verborgen in het bos gelegen rond en op de berg Goenoeng Madjelentje; daar waren veel grotten en begroeiing ideaal om zich te verbergen. De onderofficier heeft zich daar bijna drie jaar kunnen handhaven. Voedsel kreeg hij soms van de lokale bevolking, maar het merendeel moest hij zelf in de bossen vinden. Van zijn wapens had hij alleen een klewang (sabel) overgehouden; zijn uniform had hij ingewisseld voor normale kleren. De Japanners bleven moeite doen hem te vinden en hun wantrouwen tegenover de bevolking nam alleen maar toe. De kampongbewoners werden gedwongen mee te zoeken en ook werden ze gestraft op verdenking van het verbergen van Klinkhamer. Het nieuws van de Japanse capitulatie bereikte de omgeving van Goenoeng Madjelentje vrij snel, maar Klinkhamer besloot veiligheidshalve zich nog niet te laten zien. Pas na eind oktober besloot hij tevoorschijn te komen en liep op 1 november 1945 Kolonodale binnen. En die dag vierde hij de vrijheid met de radja (koning) van Mori en ontmoette er Japanse officieren, kort tevoren zijn vijanden die hem koste wat kost wilden vinden. De rust was betrekkelijk en van korte duur omdat al gauw de Indonesisch vrijheidsstrijd zich ontketend; een nieuwe oorlog was begonnen.
 
Michiel Hegener concludeert dat het verzet van de luitenants De Jong en Van Daalen tot een van de meest effectiefste en grootschalige is geweest. De natuurlijke omgeving was zeer geschikt en de Japanners waren erg bevreesd voor het aangaan van een guerrillastrijd. De verzetsgroep had aanvankelijk veel succes met 'hit and run' acties, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen de sterker wordende Japanners en de groeiende steun van de lokale bevolking aan de nieuwe machtshebbers.
 
◊- film: beeld van Celebes … "sgt J. Klinkhamer keert terug naar Celebes"
    (ondanks geen geluid is de film goed te begrijpen. Vooral na lezing van het boek van Hegener)
 
Michiel Hegener concludeert dat het verzet van de luitenants De Jong en Van Daalen tot een van de meest effectiefste en grootschalige is geweest. De natuurlijke omgeving was zeer geschikt en de Japanners waren erg bevreesd voor het aangaan van een guerrillastrijd. De verzetsgroep had aanvankelijk veel succes met hit and run acties, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen de sterker wordende Japanners en de groeiende steun van de lokale bevolking aan de nieuwe machtshebbers.
 
Aquarel 'Ottevanger' hangt in museum Bronbeek.
geplaatst 1 jan 2016
Dankzij 'de Vrienden van Bronbeek' heeft Bronbeek sinds 6 september 2015 een bijzondere aquarel van oud KNIL militair en
Bronbeek bewoner, de heer Ottevanger, die 13 augustus 2015 honderd jaar werd.
Een honderdjarige bewoner van Bronbeek is bijzonder, maar dat de voorzitter van 'de Vrienden van Bronbeek', Jan de Kleyn niet alleen een begenadigd militair en kanselier bleek, maar ook een talentvolle kunstenaar en deze 100 jarige zo karakteristiek kon weergeven is toch ook heel bijzonder.
 
 
◊-De kunstenaar - onze voorzitter van 'de
   Vrienden van Bronbeek' - luitenant
   generaal bd Jan de Kleyn.

   (foto's aquarel in wording)

 
 
◊-Oud KNIL-ler en bewoner van Bronbeek 100 jaar (2015) tevens opening nieuwe tentoonstelling - 2015
◊-Samen 100 jaar - 2014
◊-Bronzen Bronbeker; 'Jan Bronbeek' 2013
◊-Gouverneur van Java; Ganjar Pranowo bracht zondag 4 oktober 2015 een bezoek aan Arnhem (en had een
    onverwachte ontmoeting met Bronbeek bewoner meneer Drijsen en meneer Ottevanger...)

**********

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
Stichting Vrienden van Bronbeek
Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen en Museum KTOMM Bronbeek    
  
 mail:  svvb@kpnmail.nl
                                                             
SVVB
 
 
 @ SVVB